27 november 2008
Aanvullingen op mijn verhaal
Ondertussen heb ik nog in de stukken van mijn moeder en van mij persoonlijk van het Bureau Bijzondere Jeugdzorg gekeken, en ook nog telefonisch contact gehad met de gemeente Oegstgeest om na te gaan waar wij (mijn broer en zusters) al die tijd dat wij onze moeder moesten missen hebben doorgebracht.
Ik geef u even het volgende beeld: Uit het dossier van mijn vader blijkt dat hij op 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) werd gehuisvest in De Kazerne in Leiden, hetgeen inhoudt dat wij intussen naar Duitsland waren vertrokken. Op 15 juni 1945 kwamen wij terug uit Duitsland en werden mijn broer en ik ondergebracht bij een tante in Oegstgeest en werden mijn twee zusjes en mijn jongste broertje ondergebracht in een tehuis van de vereniging Christelijke Jeugdhulp te Leiden. Volgens een vastlegging van Bijzondere Jeugdzorg werden mijn broer Wim en en ik op 17 juli 1945 opgenomen in Sint Jeroen, wat klaarblijkelijk een afdeling was van de Dr. Willem van der Bergh-stichting in Noordwijk was. Op 22 januari 1946 werden wij overgebracht naar Wijk aan Zee in Tehuis Stella Maris, van waaruit wij op 1 april 1946 terugkeerden naar onze moeder in Oegstgeest.
N.B. In de bevolkingsadministratie van de gemeente Oegstgeest is van deze verplaatsingen niets te vinden!



