Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Artikel

THEMADAG 'FOUT' - 7 februari 2009

In herinneringscentrum Kamp Westerbork

Op zaterdag 7 februari 2009 vond van 11.00-17.00 uur in het Herinneringscentrum Westerbork een themadag plaats. Het doel was vanuit verschillende invalshoeken (historici, ooggetuigen, en kinderen van "foute" ouders) de vraag te beantwoorden of het beeld van prof.dr.L.de Jong van het zogenaamde goed-fout perspectief een versimpeling van de werkelijkheid is of juist een correct historisch beeld geeft.

De themadag heeft haar doel niet bereikt, voorzover de forumbijeenkomst van 16.00-17.00 uur ("Fout als taboe?") niet tot een concluderend antwoord heeft geleid. De standpunten die in de loop van de dag waren ingenomen bleven in een luchtledig onbeslissingsmoment hangen. De gedachte die bij mij van te voren al was opgekomen, dat de regering opgeroepen had kunnen worden om excuus uit te spreken in de richting van (op zijn minst) de kinderen van foute ouders, en om tot genoegdoening te komen in de richting van deze groep, kon niet boven komen drijven in een klimaat dat een voortdurende herhaling leek van de gedachte dat de genocide in de Tweede Wereldoorlog een oneindig veel verdergaand en vernietigender gebeuren was geweest, dan de schendingen van mensenrechten in de concentratiekampen voor collaborateurs.

Opmerkelijk was in ieder geval, dat in weinig bijdragen aan de themadag de genocide in de Tweede Wereldoorlog afwezig was. Dat gold al voor de plenaire inleiding "Oorlogskind". Het gegeven dat een joods "kind" en een "kind van foute ouders" naast elkaar zaten geeft al aan dat er ideologische krachten werkzaam zijn die willen verhinderen dat de mensrechtenschendingen in de concentratiekampen na de Tweede Wereldoorlog als aparte, voor rekening van de Nederlandse overheid komende zaken behandeld kunnen worden. Blijkens De Volkskrant van 1 december 2008 zou het betreffende NSB-kind (Tineke van Hal) van mening zijn, dat haar vader de familie van Rozette Kats wel eens vermoord zou kunnen hebben. Van Hal voegt toe: "Het is goddank niet zo, maar toch...". Deze vreselijke fantasie, die het gevolg is van de gedachte dat 100% van de NSB-ers betrokken waren bij de genocide in de Tweede Wereldoorlog, is in opvoeding en opleiding de gebruikelijke manier geworden om het goed-fout onderscheid vorm te geven. Het is misschien ook om deze reden, dat ik het gezamenlijke optreden van dit type geschiedkundig ongeschoolde getuigenis-koppels niet zo aantrekkelijk vind.

Ik had voorafgaand aan de themadag zelf enkele vragen geformuleerd: (1) waarom verjaren schendingen van mensrechten voor joden niet, en voor niet-joden wel?; (2) waarom hoor ik hier zo weinig over de schendingen van mensenrechten in de concentratiekampen na de Tweede Wereldoorlog ; (3) is het forum op de hoogte van de gevolgen die een en ander gehad heeft voor de kinderen van foute ouders? Hoewel ik deze vragen al in een vroeg stadium aan de voorzitter van het forum (A.van Liempt) in handen had gegeven, bleek hij toch niet in staat dan anders dan in sterk gereduceerde vorm een van mijn vragen aan het forum te kunnen voorleggen. Ik denk dat ik al blij moest zijn dat mijn tweede vraag ueberhaupt werd verwoord. Dhr. G.Bothof (participant van de Werkgroep Herkenning; participant van de Werkgroep Erkenning Onrecht Buitengewone Rechtspraak) probeerde vragen te stellen, maar de voorzitter gunde hem niet enkele minuten om zijn standpunt toe te lichten om daarmee een kader aan te geven waarbinnen zijn vragen begrepen zouden kunnen worden. Vooral dit incident geeft aan hoe eenzijdig de communicatieve beweging was, als algemeen kenmerk voor deze themadag.

Opnieuw (ik roep de themadag in Aalten in herinnering) heeft een groep referentiepersonen de macht gekregen om onmogelijk te maken dat de beladen thema's van de kinderen van foute ouders een rol zouden kunnen spelen buiten het kader van de (in een aantal gevallen door straf vereffende maar in merendeel fictieve) schuld van de foute ouders. Men had daarvoor de juiste personen ingehuurd.

Ad van Liempt, die niet alleen voorzitter van het forum was, en daarmee een centraal sturende invloed had op de communicatie, kreeg bovendien nog een uur (15.00-16.00) direct voorafgaand aan het forum, de tijd om zijn herhaling van geschiedschrijving inzake "kopgeld" te plegen (dr.L.de Jong had het kader al breed beschreven). Zoals ik eerder heb aangegeven maakt deze benadering het onmogelijk om de richtingenstrijd binnen de NSB (Rost van Tonningen versus Mussert) te belichten. Het geeft een te eenzijdig beeld van de collaboratie. Ik wil hier niets afdoen aan feiten, maar wel aan het statistisch scheve beeld dat door deze prominente plaats van Van Liempt gehandhaafd blijft.

Een volgende (ingehuurde?) referentiepersoon: Sytze van der Zee. Van der Zee, zelf kind van foute ouders, kon eigenlijk maar over een thema spreken: het was een volstrekt onjuiste keus geweest om zelfs maar te denken aan het opvoeren van de problemen van de kinderen van foute ouders in de "holocaust"-omgeving die het Herinneringscentrum Westerbork vormt. Die keus deed af aan het eigenlijke karakter van Westerbork. De behandeling van de problemen van de kinderen van foute ouders moest maar elders plaatsvinden, en dit ondanks het feit, dat een tamelijk grote groep foute ouders hier in Westerbork hun voorarrest hebben doorgebracht. Van der Zee struikelde bijna over zijn woorden om zijn knieval toe te lichten. Verder had hij niets interessants te melden.

Peter Romijn is een volgende referentiepersoon die in dit type themadagen altijd weer naar voren wordt geschoven (wie schuift hier toch steeds?; wie is de schaakmeester?). Romijn staat er om bekend dat hij de schending van mensrechten na de Tweede Wereldoorlog niet erkent, omdat ze slechts incidenten in een machtsvacuüm geweest zouden zijn. Dat het idee van confiscaties (de NSB-ers werd onder andere hun woning ontnomen!) loodrecht stond op de achteraf gerationaliseerde mogelijkheid van een "voorkoming van bijltjesdag", is Romijn niet duidelijk te maken.

In het gevolg van Romijn troffen we zijn scriptie-studente Machlien Vlasblom. Of je studenten in opleiding al de gelegenheid moet geven over onze heikele onderwerpen lezingen te geven, is wat mij betreft de vraag. Vlasblom gaf een overzicht van door haar verzameld materiaal inzake een studentengroepering (NSSF: nationaal socialistisch studenten front) in de Tweede Wereldoorlog, die totaal uit ongeveer 200 voornamelijk mannen bestond, en die dus niet meer uitmaakte dan 2 promille van de totale nationaal-socialistisch gerichte bevolkingsgroep (geïnterneerden na de Tweede Wereldoorlog : ongeveer 125.000 mensen). Vlasblom gaf geen toelichting op de richtingenstrijd in de NSB. Dat het NSSF vermoedelijk tot de Rost van Tonningen-fractie behoorde, kwam uit haar lezing niet naar voren. Haar opmerkingen over de werk-vakanties van de leden van het NSSF in Polen leidden mijns inziens tot voorbarige conclusies over het kunnen "weten" van wat zich in Polen daadwerkelijk voltrok. Ook de gedachte dat de waarnemingen van deze studenten op dit punt gevolgen gehad zouden kunnen/moeten hebben voor de NSB-ers thuis lijkt mij voorbarig. De studie van Vlasblom lijkt daarmee aan dezelfde methodologische tekortkomingen te leiden, die ook gelden voor de studie van D.J.Goldhagen: Hitler's Willing Executioners (New York; 1996).

Voor de overige referentiepersonen op deze themadag gelden misschien andere kriteria: Willy Munneke, Monika Diederichs als ooggetuigen (?), hebben zich zeker in kritischer zin uitgelaten over stukken van het NSB-verleden. Opmerkelijk is dat op dit punt weinig mannen aanwezig waren (behoudens dan Henk Eefting in het forum, waarop ik nog terugkom). Het relatief overheersen van vrouwen mag misschien toegeschreven worden aan een binnen de Werkgroep Herkenning veel gehanteerde feministische lijn in het interpreteren van het oorlogsverleden (denk in dit verband nogmaals aan de fantastische veroordeling van de vader van Tineke van Hal). Het overheersende beeld in deze feministische lijn is dat de vaders de schuldigen waren. De conclusies van Z.Matthée in Voor Volk En Vaderland (Vrouwen in de NSB 1931-1948) zijn kennelijk nog niet goed doorgedrongen tot het algemene besef van onze referentiepersonen.

De bijdrage van referentiepersoon B.Kromhout is ook kritisch te noemen, hoewel zijn behandeling van de schending van mensrechten na de Tweede Wereldoorlog maar heel summier van aard is.

Tenslotte, de rol die referentiepersoon Henk Eefting in het forum toebedeeld kreeg. Eefting was niet in de gelegenheid gesteld (zoals voor de voorzitter van het forum, A.van Liempt, wel gold) om zijn boeken over het lot van zijn vader, en over de buitengewone rechtspraak na de Tweede Wereldoorlog omstandig uiteen te zetten. Kennelijk moest dit type interpretatie niet benadrukt worden. De voorzitter van het forum bleek goed op de hoogte van alle relevante gegevens van alle forumleden, behoudens die van Eefting. Eefting moest zichzelf nog voorstellen. Ook de plaatsing van Eefting in het forum leek wat opzettelijk: ver vandaan van de voorzitter. Het leek mij alsof Eefting behandeld werd zoals dat ook aan NSB-ers toeviel. Er werd een vraag aan hem gesteld, die hij mocht beantwoorden, maar noch de voorzitter, noch andere forumleden namen de moeite met hem in discussie te gaan. Het leek wel of de burgeroorlog tussen goed en fout zich op dit punt weer in het forum voltrok. Toen om 17.00 uur forumlid J.Houwink ten Cate snel de trein moest halen, bleek er voor de voorzitter ook plotseling geen tijd meer beschikbaar om de discussie voort te zetten. Daarmee kreeg Eefting geen gelegenheid meer om zijn standpunt uitvoerig uit te spreken ("epistemic injustice", zouden we met M.Fricker (onder deze titel; 2008) kunnen stellen).

Conclusies:

Alles wat ik hiervoor geschreven heb, laat onverlet dat ik het oorspronkelijke doeleind van het Herinneringscentrum Westerbork volledig onderschrijf. Toch denk ik dat degenen die geraakt zijn door die gruwelijkheden zich anno 2009 bewust zullen moeten proberen te maken van de onaanvaardbaarheden waarvan andere groeperingen in de samenleving (in dit geval de NSB-ers en hun kinderen) het slachtoffer zijn geworden.

De positie van de kinderen van foute ouders werd niet bepaald door de politieke keuze van de ouders, maar door de maatschappelijke reactie op de keuze van die ouders. 90% van de NSB-ers waren niet betrokken bij misdaden tegen de menselijkheid. De overige 10% is veroordeeld en gestraft. Hun schuld is daarmee vereffend. Echter, voor 100% van de NSB-ers hebben slechte dingen plaatsgevonden na de Tweede Wereldoorlog, zoals concentratiekampen, confiscaties en mishandelingen. Kortom, er hebben schendingen van mensenrechten plaats gevonden. Een Nederlandse hoogleraar in mensenrechtenkwesties stelt dat de misdaden in de NSB-kampen verjaard zijn. Maar waarom het ene type mensenrechten wel verjaard en het andere type niet, is mij niet duidelijk. Tenslotte, tot op heden is er (60 jaar later) geen breed en valide onderzoek beschikbaar over de invloed die de onaanvaardbare naoorlogse positie van de collaborateurs had voor hun kinderen.

Deze themadag draagt vermoedelijk slechts op heel beperkte wijze bij aan een goede bewustwording. De behandeling van dit onderwerp is steeds in handen gebleven van amateurs. Ik denk daarmee niet af te doen aan de geschiedkundige kwaliteiten van specifieke referentiepersonen, maar wel aan hun interpretatieve en agogisch/didactische kwaliteiten. Dat laatste is hier van belang. Het betreft een groot probleem: de onmogelijkheid om op een statistisch en interpretatief verantwoorde wijze over het verleden na te kunnen denken. Dit probleem wordt veroorzaakt, doordat de Nederlandse overheid meer dan 60 jaar na de Tweede Wereldoorlog zijn verantwoordelijkheid in deze nog niet heeft aanvaard. Pas als dat plaatsvindt, zullen de fondsen beschikbaar zijn om breed maatschappelijk tot verheldering van het verleden te komen.

8 februari 2009
Dick Kampman