Niet alle problemen waarmee ik te kampen heb gehad kan ik op conto van de oorlog of mijn vaders politieke keuze schrijven. Ongewenst-zijn, in een ziekenhuis opgenomen worden, dat kan ieder kind overkomen. Een (onbekend) familiegeheim kan veel verwoesting aanrichten.
Onze jongste zoon belandde, pas zeven week oud, met een levensbedreigende infectie in het ziekenhuis. Je moet als ouders je kind achterlaten en je kunt het hem niet uitleggen waarom. Een kind moet zich vreselijk in de steek gelaten voelen, maar als ouders kun je dat niet voorkomen.
Na de scheiding van mijn vader die in Nederland bleef, werd ik door de ziekenhuisopname in Lüneburg ook van mijn moeder gescheiden en later nog een keer, toen we door een tante uit het kamp werden meegenomen. Gescheiden worden van je ouders is voor kinderen een zeer traumatiserende gebeurtenis, die meer en diepere gevolgen heeft naarmate het kind jonger is op het moment van de scheiding, heeft Keilson uiteengezet.(5)
Hij heeft ook het concept ‘sequentiële traumatisering’ geïntroduceerd, waarmee hij bedoelt dat een volgende traumatiserende gebeurtenis het effect van een eerdere kan vergroten en vastzetten. Na de afwijzing door mijn vader, al voor mijn geboorte, kwam de afwijzing door de Nederlandse samenleving. Misschien zou die mij niet zo geraakt hebben als ik me thuis geaccepteerd had geweten.
Met oorlogskinderen met een andere achtergrond (Jappenkamp, Joods, verzet, bombardement/evacuatie) heb ik veel gemeenschappelijks: het missen van een basis van veiligheid en warmte, het emotioneel niet-beschikbaar zijn van de ouders, weet hebben van het feit dat oorlog mensenwerk is en dus een wantrouwen hebben tegen volwassenen en vooral tegenover macht-hebbers, moeite hebben met het aangaan van relaties, onbewuste spanningen die zich vaak manifesteren in psycho-somatische ziekten, geen band meer kunnen opbouwen met een ouder die je in jaren niet gezien hebt, etc.
De schuldgevoelens echter en de angst om afgewezen te worden zijn gerelateerd aan mijn vaders politieke keuze. Het heeft me heel veel moeite gekost om me niet meer schuldig te voelen. Ik wist natuurlijk wel dat ik niet aan de oorlog of de Holocaust schuldig was, maar ik voelde me wel schuldig. De woorden van de opperrabijn hebben me geholpen om die onterechte schuldgevoelens tenslotte achter me te laten.
Met een jeugdvriend die ervaring had opgedaan met rituelen waarin mensen zich van moeilijke ervaringen in hun leven konden losmaken, heb ik een tribunaal gespeeld waarin ik de Nederlandse samenleving heb gedaagd. Ik was gaan inzien dat mensen die mij als kind van een ex-NSB’er negatief behandelden zich ten opzichte van mij schuldig maakten, omdat ik door hen ‘meegenomen’ werd in de schuld van mijn vader terwijl ik daar part noch deel aan had. Ik vervulde alle rollen, van aanklager, verdediger en rechter. Ondanks de uitspraak dat de Nederlandse samenleving zich als geheel – de gunstige uitzonderingen daargelaten – ten opzichte van kinderen van collaborateurs schuldig had gemaakt, vroeg ik ….vrijspraak. Want vrijspraak opent de weg tot inzicht en het belangrijkste voor mij is, dat de samenleving inziet welke mechanismen er gewerkt hebben (en nog steeds werken) in situaties waarin minderheden tot zondebok worden gemaakt. Met termen en begrippen als schuld en vergeving kan ik niks meer; het gaat er mij om dat mensen inzicht ontwikkelen en hun verantwoordelijkheid nemen. Het moment van inzicht is het moment waarop beide partijen vrij worden.
De positieve waardering en acceptatie van mevrouw H. uit Wassenaar, van meester V., van de mensen die ik in de padvinderij meemaakte, van mijn man, van mensen als Montessori, Klamer en Bar-On, van predikanten en journalisten en van mijn docenten aan de universiteit hebben mij een basis gegeven die door de omstandigheden waarin ik geboren werd en mijn eerste levensjaren moest doorbrengen aan mijn leven ontbrak. Ik heb zelfvertrouwen kunnen ontwikkelen en mijn vele talenten kunnen ontplooien. Zij hebben mij weerbaarder gemaakt, zodat ik uiteindelijk ‘op eigen kracht’ de negatieve ervaringen, de vernederingen en teleurstellingen kon doorwerken en verwerken.
Noten:
1. Zymunt Bauman, Modernity and Ambivalence, Polity Press 1993
2. YadvaShem is een Holocaustmuseum in Jeruzalem dat onderscheidingen geeft aan mensen die in oorlogstijd Joden het leven hebben gered
3. I. Boszormenyi-Nagy en G.Spark: Invisible loyalties, Brunner/Mazell New York 1984
4. N. Elias en J.L. Scotson, The Established and the Outsiders, New Sociological Library, London 1965
5. H. Keilson, Sequentielle Traumatisierung bei Kindern, Enke Verlag, Stuttgart 1978



