Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

31 juli 2008

Oma

  • Ik met mijn oma

    Ik met mijn oma

Mijn oma had geen huis, maar woonde op een kamer bij een hospita. Vanuit de Transvaalbuurt liepen we langs het rozenpaadje onder het spoor door naar de Dapperbuurt. Ik heb goede herinneringen aan de geur van het rozenpaadje en als de rozen verdwenen waren hingen er aanlokkelijke rode bottels aan de kalende struiken. De hospita, juffrouw Mina, was een zure, kinderloze vrouw, die restjes zeep bewaarde en tot een grote, gemĂȘleerde bol plakte, die kleurig aan een touwtje naast het aanrecht hing.

Verslag van jufrouw Mina aan de reclassering:

Juffrouw Jacoba Kemp betaalt de huur immer op tijd. Ze is een propere vrouw. Vier keer per week werkt ze in de huishouding bij mevrouw de Waal. Er zijn geen klachten, mevrouw gedraagt zich normaal. Haar kleindochter logeert hier regelmatig. Het lijkt mij een welopgevoed meiske.

Na het eten was de afwas altijd snel gedaan. Er waren slechts twee borden, twee stellen bestek, een grote en een kleine pan. De rest van het servies behoorde toe aan juffrouw Mina en daar mochten we niet aankomen.

's Avonds, als het bedtijd was, werd de kamer getransformeerd tot slaapkamer. Het opklapbed kwam uit de muur zetten, riemen werden losgemaakt, tafels aan de kant geschoven. Eerst moest ik mijn oma nog even helpen met het loshaken van haar roze, rubberen korset. Haar grote borsten kwamen daarna wel tot haar middel. Daarna kamde zij mijn lange haren uit, maakte vlechtjes en zei me welterusten. In de donkere kamer flitsen de schichten van de langsrijdende tram over de gordijnen en het plafond. IJzingwekkend snerpend reden de trams de bocht om, de remise in. Uit de hoek van de kamer kwamen bloedstollende hoorspelen uit de kleine, bruine, bakelieten radio. Mijn oma was toen al erg doof en het zou nog jaren duren voordat zij een gehoorapparaat kreeg.

Op 23 september 1946 heeft Jacoba Kemp van de stichting Toezicht politieke delinquenten enig serviesgoed ontvangen, een tafel, twee stoelen, keukengerei en een kachel.
Op 7 oktober 1946 2 dekens en 1 handdoek
Op 14 oktober van hetzelfde jaar een opklapbed met staaldraadmatras en 1 stel lakens.

Aangevraagd:
4 en een halve meter overgordijn
6 meter vitrage
huishoudgoed
1 kleed 2 bij 3 meter
Niet doorgegaan wegens ontbreken van woonvergunning, 8 juni 1947.