Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

2 februari 2010

Herinneringen van een landverrader

Deze herinneringen worden vastgelegd omdat een paar van onze kinderen gevraagd heeft om een verslag uit het verleden, aangezien de mannelijke lijn van onze familie een “landsverraderlijk milieu" vormden en dus behoorden tot diegenen die in de ogen van de overgrote meerderheid van het Nederlandse volk "fout" waren.

Vader was kort na de oprichting van de Nationaal Socialistische Beweging (N.S.B.) lid geworden, ik meen in 1932 en mijn twee oudere broers hebben zich, nadat Nederland in 1940 bezet was, aangemeld voor “vreemde krijgsdienst”. De één om in eerste instantie gewonden te kunnen helpen en de ander, nadat de oorlog met Rusland was begonnen, om tegen het Communisme te strijden.
Ik werd voorjaar 1942 lid van de N.J.S., de Nederlandse Jeugd Storm.

Moeder heeft zich altijd volkomen afzijdig gehouden van politiek ; het was haar wezensvreemd en ze heeft, voorzover ik me kan herinneren, ook nooit getracht mijn vader tot ander inzicht te brengen.
Toen de oorlog in mei 1940 Nederland bereikte was mijn zus net 7 jaar geworden en in mei 1945 dus 12. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de oorlog en haar nasleep voor de vrouwelijke leden van ons gezin alleen maar narigheid en verdriet heeft betekend.

Nadat de oorlog in het westen mei 1945 beëindigd was, kwamen achtereenvolgens vader, moeder (een paar dagen), ik en een broer (nadat hij uit een hospitaal in Duitsland weer in Nederland teruggekeerd was) in concentratiekampen in Nederland terecht.
Over mijn andere broer was ons niets bekend. Pas in de loop van 1946 kregen we enig bericht over hem, ik meen van Duitse instanties.
Gelukkig had ik in 1944, vlak vóór de geallieerde invasie in Frankrijk, eindexamen van de afdeling H.B.S.-A van het Christelijk Lyceum gedaan zodat ik in ieder geval een belangrijke fase in m’n leven had afgerond voordat evacuatie- en kamptijd begonnen.

Dat zijn zo de grove grondtrekken waarbinnen de geschiedenis van ons gezin zich afspeelde in de cruciale periode van omstreeks 1930 – 1945.
Voor een zo goed mogelijk overzicht en begrip zijn ook feiten en omstandigheden van vóór en ná die tijd noodzakelijk.

Ik hoop in staat te zijn inzichtelijk en daardoor begrijpelijk te maken hoe de geschiedenis zich als het ware met een zekere wetmatigheid heeft voltrokken en realiseer me dat een tekort aan kennis van het innerlijk leven van m'n verwanten en het, in het algemeen gesproken, selectief functioneren van geheugen ongetwijfeld een rol zullen spelen nu ik zoveel jaren van ons leven als in vogelvlucht moet laten zien.

  • 2 februari 2010

    Deel 1: Voorgeschiedenis

    J. K. -

    Voorzover ik weet uit overlevering had grootvader een smederij en werd hij later hoofdmachinist van de gasfabriek in een Gelders dorp . ...

  • 2 februari 2010

    Deel 3: Oorlogstijd, mei 1940-september 1944

    J. K. -

    Ik ontdek dat het niet mogelijk is om een in tijdsvolgorde betrouwbaar beeld te geven van onze wederwaardigheden in die periode in ...

  • 2 februari 2010

    Deel 5: Internering, tweede helft 1945

    J. K. -

    Bij aankomst in het dorp van de notaris trof ik een uitgedunde bezetting aan : mijn moeder, de notarisvrouw en mijn zusje. ...

  • 2 februari 2010

    Deel 7: Vrijlating, halverwege 1946

    J. K. -

    Mijn moeder en zusje hadden inmiddels gastvrij onderdak gevonden bij de twee vriendinnen van moeder over wie ik al eerder in deze ...