Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

9 februari 2010

De jaren door

Deel 4

Op mijn werk gaat het de laatste tijd niet goed. Het is 1992, grafische bedrijven glijden naar een depressie die nog jaren zal duren en waarvan het eind nog niet in zicht is. Aan de markt kunnen we het niet meer verdienen dus moeten we besparen in ons productieproces en inkrimpen op personeel. Ik werk in een grote drukkerij die onderdeel is van de VNU, de Verenigde Nederlandse Uitgeverijen. De VNU is gebonden aan zijn eigen drukkerijen en min of meer verplicht zijn drukwerk daar te laten drukken. Het is de tijd dat veel mensen aandelen en/of obligaties kopen van hun spaargeld. Sparen levert te weinig op. Er ontstaan hypotheekvormen op basis van verwachte beleggingswinst. De beurs is in de mode, iedereen wil snel rijk worden. Als je geen kapitaal hebt kun je aandelen leasen of kopen met geleend geld. Banken liften risicoloos op jouw gespaarde vermogen mee, als het fout gaat betaal je de rekening. De uitslag van die ontwikkeling is bekend. De VNU stoot haar drukkerijen en verkoopkantoren af die verkocht worden en onder de naam Roto Smeets de Boer verder gaan. Voor ons werknemers een financiële aderlating. We delen niet meer mee in de winsten van de VNU, we moeten onze prijzen drastisch verlagen willen we nog meedoen op de markt. Om de verkoop van onze drukkerijen te realiseren moet er behoorlijk in de branche gesaneerd worden om overcapaciteit te lijf te gaan. Honderden banen verdwijnen. Minstens 16% op het geïnvesteerd vermogen moet verdiend worden om op de beurs levensvatbaar te blijven. Er wordt meer aan een bedrijf verdiend dan in een bedrijf. Dit kan nooit goed gaan! Een begin van een onzekere tijd.

  • Koos met moeder,  Haarlem noord 1949

    Koos met moeder, Haarlem noord 1949

In Haarlem valt door de sanering het doek voor de Nederlandse Roto Gravure maatschappij waar ik al vele jaren werkzaam ben. Om te overleven geef ik aan dat ik elders in het concern werkzaam wil blijven. In de afbouwperiode kom ik op de afdeling verkoop- en orderbegeleiding te werken. De fijnste en beste jaren heb ik duidelijk achter de rug als retoucheur, afstemmer en advertentiebegeleider. Op de voor mij nieuwe afdeling verkoop word ik nauwelijks goed ingewerkt en word ik aan mijn lot overgelaten, ik ervaar dat ik geen commerciële capaciteiten bezit voor deze functie. Van de techniek naar de commercie is voor mij geen goede overgang maar ik heb geen keuze als mijn leeftijd naar Abraham glijdt. Iedereen is met zijn eigen overleving en toekomst bezig en regelmatig verdwijnen er goed opgeleide jonge krachten van de afdeling waar niemand meer voor terugkomt. Orders verdwijnen één voor één naar andere drukkerijen in ons concern. Ik voel me ongelukkig maar houd het vol. Eindelijk is er voor mij een functie beschikbaar in Deventer als externe orderbegeleider. Joke en ik moeten dan wel op termijn verhuizen uit ons geliefde Haarlem. Aanvankelijk word ik goed ingewerkt door een oudere collega die op het punt van een vervroegd pensioen staat. Mijn zoektocht naar mijn familie staat onderwijl op een laag pitje, ik heb nu andere zaken aan mijn hoofd. Naar mijn biologische vader hoef ik niet meer te zoeken, die is overleden. Mijn interesse gaat uit naar familieleden van hem die nog in leven moeten zijn, in het bijzonder mijn halfbroer Henry. Joke en ik verkopen ons huis en kopen een grote nieuwbouwwoning in Amersfoort die op dat moment nog in aanbouw is. We hebben voor die plaats mogen kiezen omdat Joke werkzaam is in Den Haag als manager van 2 kinderdagverblijven. Amersfoort ligt ongeveer midden tussen Den Haag en Deventer in zodat we samen de reistijden kunnen verdelen. Onze dochter Seline woont inmiddels zelfstandig en gaat niet mee. Onze zoon Jeffrey, net uit militaire dienst verhuist met ons mee. We verhuizen in december 1994.

Als we in de zomer van 1995 goed gesetteld zijn hervat ik mijn zoektocht. We kopen onze eerste computer maar internet bestaat nog niet of staat in de kinderschoenen. Ik begin mijn zoektocht met een bezoek aan het gemeentehuis van Woudenberg. Op het archief vind ik de trouwakte van Sander en Margaretha uit oktober 1939 dan vind ik een geboorteakte van Henry die op 6 februari 1940 is geboren. Een eenvoudige rekensom wijst uit dat Margaretha tijdens haar huwelijksdag enkele maanden zwanger moet zijn geweest. Ik vind ook een woonadres maar de archivaris zegt dat de weg een andere naam heeft gekregen. Ook de nummering is veranderd. op een platte grond wijst hij waar het nu moet zijn. Ik noteer dat, bedank hem vriendelijk en stap op om op zoek te gaan. Het is moeilijk te vinden er is veel veranderd in die tijd. Ik zie een huis dat duidelijk uit de jaren 20 is. Een jongeman werkt in de tuin, ik vraag of familie van D. hier ooit gewoond heeft. Hij weet daar niets van te vertellen, het spoor loopt dood. Ik heb nog een andere aanwijzing; namelijk dat restaurant op de Arnhemseweg. De route is makkelijk, ik rijd vanaf Woudenberg richting Amersfoort over de oude straatweg. Bij een splitsing van wegen staat een groot mooi restaurant. De naam is verrassend: "de Mof." Het is open en ik drink een kop koffie op het terras voor met uitzicht op de bocht. Ik wil het restaurant van binnen bekijken en ga naar het toilet. Ik ben stomverbaasd over wat ik dan allemaal zie. Foto's van Duitse soldaten aan de wanden, sommige foto's zijn duidelijk van de Tweede Wereldoorlog en de periode daarvoor. Ik vraag aan de bediening van wie het restaurant is, ik krijg een antwoord en een naam wordt genoemd maar het is niet de naam die ik zoek. Ik rij nog even terug naar Woudenberg, ik bedenk me dat het interessant is daar de begraafplaats nog even te bezoeken. Daar aangekomen vind ik vrijwel onmiddellijk het familiegraf van de schoonouders van Sander, de grootouders van Henry, het ligt vooraan bij de ingang van het kerkhof. Ik zoek nog wat verder, maak een praatje met de nieuwsgierige beheerder die me aanspreekt, dan ga ik naar huis.

Ik verslind boeken en literatuur uit de 2e wereldoorlog, ik sla geen programma over als die over de bezetting gaat. Ik kom tot de ontdekking dat een onbepaald aantal oorlogsmisdadigers in hun priveleven vaak gewone liefdevolle mensen kunnen zijn die hun familieomgeving verbijsteren als ze er achter komen met wie ze te maken hebben. Ze vallen buiten de profielschets, met normaal gedrag misleiden ze hun omgeving. Als ze niet ontdekt worden kunnen ze jaren doorgaan als eerzame vader en grootvader. Het sterkt mij in mijn overtuiging dat ieder mens een latente duistere kant heeft.

Het werk in Deventer valt me zwaar tegen, de onrust is groot, door vele reorganisaties en veranderingen krijgen we veel extra taken in ons functiepakket toebedeeld. Er verdwijnen daardoor andere functies en veel collega's worden boventallig verklaard. Op mijn afdeling is de werkdruk hoog en de spanning voelbaar, een fout word je zwaar aangerekend. Op een dag had een collega van mij iets verkeerd gedaan waardoor een deel van de oplage vernietigd moest worden. Ton onze baas, een bijzonder autoritaire man was op oorlogspad naar de "dader". Toen hij langs mijn bureau liep keek hij me aan en brieste; " Degene die dit fout gedaan heeft moeten ze toch gelijk tegen de muur zetten!" De wereld draaide onder mijn voeten weg en ik viel bijna tegen de grond maar hield me nog vast. Een collega zag mijn lijkbleke gezicht en haalde een glaasje water voor mij. Hij vroeg aan mij of het wel goed met mij ging. Ik knikte bemoedigend en zweeg.
Ik besefte dat vanaf het moment ik wist dat mijn vader een moordenaar was er elke dag aan moest denken wat een onbeschrijvelijke leed hij heeft gebracht bij de families die hun dierbaren hebben moeten verliezen.
Deze wetenschap drukte zwaar op mij, het is moeilijk te bepalen in hoeverre deze beladenheid al die jaren van invloed was op mijn prestaties in het werk. Ik weigerde daar een oorzaak te leggen maar dat het een inpact had op mijn functioneren was niet te ontkennen. Op ongelegen momenten verstoort het je concentratie. Ik denk aan al die kinderen met een vader die verschrikkelijke misdaden begaat. Of aan ouders wiens zoon... Dat gaat nooit over.

De jaren glijden voorbij in Amersfoort, in het begin hebben Joke en ik nog veel heimwee naar die gezellige binnenstad van Haarlem. Ons netwerk is verdwenen. We missen onze wekelijkse uurtje stamkroeg in het "Het Zwaantje" op de zaterdagmiddag, een haringje eten en bloemen kopen op de markt. We missen ook het strand en de duinen op zonnige zomerdagen. Jeffrey onze zoon kon in Amersfoort niet wennen en is terug in Haarlem op kamers. We hebben een groot en mooi huis voor onszelf in een stad waar we niemand kennen. Bij een reorganisatie om loonkosten te besparen in den Haag komt de functie van Joke te vervallen, ze wordt ontslagen! Zij zit werkeloos thuis en voelt zich ongelukkig. Op mijn werk in Deventer gaat het nog steeds niet goed, het is een bedrijf met feodale trekjes, afgunst en roddel. Dankzij mijn inzet en een aantal loyale collega's red ik het nog. Veel functies verdwijnen door technologische ontwikkelingen of veranderen van inhoud. We volgen bedrijfsscholingen, computer- en applicatiecursussen en doen een intern examen voor een functie die we reeds jarenlang dagelijks uitoefenen. Als we slagen kunnen we herbenoemd worden in onze eigen functie. Tot verrassing van mijn werkgever slaag ik, pijnlijk want daar was niet op gerekend, toch word ik niet herbenoemd. De poten zijn daarmee onder mijn stoel gezaagd, mijn toekomst onzeker geworden. Ik wordt nog niet direct uit de functie gezet maar mijn lot is bezegeld. Ik werk nog maandenlang met volle inzet op mijn tenen in de hoop mijn functie formeel terug te krijgen. Tevergeefs, de kaarten waren al bij voorbaat geschud, ik zou uiteindelijk uit de boot vallen.

Inmiddels stromen beter opgeleide jonge collega''s het bedrijf in. Een nieuw project dient zich aan namelijk de harmonisatie van arbeidsvoorwaarden. De uitslag is voorspelbaar, in een overvol bedrijfsrestaurant wordt ons doormiddel van een PowerPoint presentatie duidelijk gemaakt dat we al jaren te veel verdienen. In mijn functie zelf iets meer dan 20%. Alleen de hogere functies vanaf productieleider krijgen er "iets" bij. Aardig is dat we ons salaris mogen behouden, 10% daarvan wordt bevroren. Nieuwe collega's op mijn afdeling worden vanaf dat moment ingeschaald op een salaris die aanmerkelijk lager is. Ik heb het een beetje gehad met dit bedrijf! Maar zij ook met mij. In die periode zet ik met Joke een particulier kinderdagverblijf op. We huren een oud winkelpand, Knappen de boel op in de avonduren en vakantiedagen. We richtten het pand volledig in naar de eisen van GGD, Brandweer, Gemeente en alle relevante instanties. Joke en ik werken ons een slag in de rondte met allerlei werkzaamheden en steken al ons spaargeld in dit project. Joke vraagt de nodige vergunningen aan en na de gebruikelijke procedures, strenge keuringen en de lange ambtelijke wachttijden mag zij dan eindelijk haar kinderdagverblijf starten. Haar droom is uitgekomen. Mijn droom wordt een nachtmerrie, ik wordt zoals ik verwachtte na enige tijd uiteindelijk uit mijn functie gezet op een onelegante wijze waar ik nu soms nog van wakker lig. Ruim dertig jaar trouwe dienst met vele avondstudies, Een functie waarbij ik altijd oproepbaar was bij camaliteiten en productieproblemen. Adieux accountmanager, het was een mooie functie maar je was regelmatig niet meer dan een voetveeg voor klanten en productie. Mijn strijd was gestreden en ik heb verloren, ik schoot te kort in mijn capaciteiten, de pot was vol, ik kon niet beter. Thuis werd ik door Joke liefdevol en met begrip opgevangen. Met zo'n goede relatie is nog niet alles verloren!

Ik wordt op de afdeling kwaliteitsbegeleiding drukkerij geplaatst, zogenaamd om mijn praktijkkennis van het diepdrukproces. In werkelijkheid zit ik het bedrijf in de weg, ze willen me niet ontslaan vanwege de verplichte gouden handdruk die uitgerekend is op ruim 120.000 euro. Het liefste zien ze me uit eigen beweging opstappen, ik wordt onder druk gezet om te solliciteren. Ik ben niet meer dan een hulpje van de HTS-ers die op deze afdeling aan projecten werken. Een enkeling is zelfs universitair opgeleid. Ik houd me groot maar voel me klein. Wel ben ik koppig en strijdbaar, ondanks dat blijf ik galant tegen mijn collega's. Na verloop van tijd respecteren ze mijn onbreekbare collegaliteit, ik krijg een PC tot mijn beschikking en wat eenvoudige taken toebedeeld. Ik wordt vrijgelaten in mijn werktempo, als een simpele taak af is heb ik vaak niets te doen. Ik verveel me soms kapot tot er internet op mijn PC wordt geïnstalleerd. Een wereld gaat voor mij open! Dagelijks speur ik dit medium af op zoekmachines naar allerlei onderwerpen. Dat dit in werktijd gebeurt interesseert me weinig, mijn liefde voor het bedrijf is over. Op de vele genealogiepagina's zoek ik naar stambomen van de families van D. en van R. Ook de namen van mijn moeders familie en mijn eigen achternaam zoek ik af. Onderwijl zoek ik in mijn vrije tijd op snipperdagen in archieven van gemeentehuizen van Assen, Amsterdam, Amersfoort, Leusden en Scherpenzeel. Ik snuffel in stadsbibliotheken van Assen en Emmen. Op begraafplaatsen, in allerlei registers en passagierslijsten zoek ik naar namen. Ik kom veel te weten over de familie van mijn biologische vader tot zelfs zijn woonadres in Amsterdam waar hij als kind is opgegroeid. Hij komt uit een gewoon gezin met twee kinderen Sander en een jonger zusje Wubbigje die Willy genoemd wordt. Mijn opa Hendrik de vader van Sander is elektricien geweest bij de trammaatschappij in Amsterdam. Het is een familie die afkomstig is uit midden Nederland, de naam is afkomstig van een boerenhoeve in de buurt van de Grebbelinie waar zij als landarbeiders werkzaam waren. De boerenhofstede bestaat nog en draagt nog steeds deze naam. Eind 18e eeuw zijn een aantal naar Amsterdam vertrokken op zoek naar werk en woonruimte. Veel familieleden zijn inmiddels overleden. Van mijn halfbroer Henry, vind ik tot nog toe geen bruikbaar spoor. Wel heb ik het gevoel dat ik op zijn hielen zit, ik weet inmiddels dat hij in Woudenberg is opgegegroeid, later in Leusden heeft gewoond in dat restaurant en dat hij naar Scherpenzeel is verhuisd en daar enige jaren later is uitgeschreven. Ik vermoed dat te maken had met een huwelijk. Ik stuit ook veel op weigeringen van medewerking bij officiële instanties die zich beroepen op de privacywet maar door vriendelijk te zijn en eerlijk te zeggen wie ik zoek en waarom krijg ik wel eens wat los. Het blijven onwrikbare ambtenaren, terecht maar... Na het overlijden van Sander trouwt de moeder van Henry met Aart J. de eigenaar van restaurant de Mof waar zij werkzaam is. Ik ga er vanuit dat zij inmiddels is overleden, vooralsnog blijft Henry spoorloos, zou hij dan ook overleden zijn?

Onze eerste trage computer voldoet al snel niet meer door het tekort opnamevermogen, Joke en ik kopen allebei een nieuwe PC met aansluiting op internet, zij een laptop voor haar kinderdagverblijf en ik een vaste voor eigen gebruik. Ik heb een ook oude hobby uit mijn kelder van mijn verleden opgediept en heb me met volle overgave gestort op boetseren en linosnijden. Een andere passie van mij is sport, Ik voetbal bij de veteranen van AFC Quick in Amerfoort. We bouwen aan een nieuw netwerk van vrienden. Het kinderdagverblijf van Joke loopt prima. Onze twee kinderen zijn inmiddels getrouwd en we zijn opa en oma geworden. Een nieuwe fase in ons leven breekt aan. Op internet zoek ik verder, ook bezoeken we nog een weekend van werkgroep Herkenning, een nieuwe groep heeft zich daar aangediend, de generatie kinderen wiens grootouders fout waren, houdt het verdriet dan nooit op? Het valt me op dat enkele bekende lotgenoten het mislukken van relaties en niet slagen in hun leven gemakkelijk uit die zelfde rugzak te voorschijn halen. Ik zie verkokering in hun verdriet, het lijkt erop dat ze niet van hun trauma af willen. Ja, wat houd je dan over? Ik toon veel begrip en inleving maar bedenk voor mezelf in hoeverre je een eigen verantwoordelijk draagt voor het leven dat je leidt. Maar laat er geen misverstand over zijn, de meeste kinderen van vlak voor, uit de oorlog of erna met foute ouders zijn beschadigde mensen. Dat staat voor mij als een paal boven water! Ik besluit voorlopig niet meer naar weekenden van Werkgroep Herkenning te gaan, het heeft mij erg goed gedaan en het heeft me geweldig geholpen maar ze putten me ook uit, het leven heeft ook nog leuke kanten. Mijn verdriet en frustratie over mijn opvoeding door foute ouders mag geen stokpaardje worden. Thuis in mijn veilige omgeving zoek ik verder en doe voorzichtig wat oproepjes op internet-site's waar ze naar personen en familie zoeken.

Klik hier om naar Deel 5: Gevonden te gaan.

Voeg een reactie toe

Post title

Post url

Your comment

Author

Comment

Mail

Website