Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

5 augustus 2008

6. Bij familie

Een hoofdstuk uit het boek Like

  • Like als kinderhulpje bij haar neef

    Like als kinderhulpje bij haar neef

Like was al eens bij de directrice geroepen om haar te vragen, of ze ook familie had in Drenthe. Like vertelde van oom Pier en tante Guurtje, en oom Lammert en tante Gaaike. Die wonen naast elkaar in dezelfde straat. Like moest hen toen een brief schrijven, dat ze nu wel bij hen wilde komen. Maar er kwam een brief terug, dat ze haar nu niet meer konden hebben. Daarna had neef Job gebeld, een zoon van oom Lammert. Hij vroeg, of zij, Like, wel bij hen in huis wilde komen, omdat er net een baby geboren was en ze nog een dochtertje van 3 jaar hadden. Ze knikte tegen de telefoon, maar stamelde toen dat ze wel wilde komen. Ze had geen flauw idee, wie dat nu weer was en Moe kon ze het niet vragen. Nu liep ze dus met juf van der Ploegen mee met haar kleine koffertje in de hand door het bos. Juffrouw Having ging ook mee, want het kinderkamp zou spoedig worden opgeheven. Voor de meeste kinderen was onderdak gevonden en wie over was werd naar een tehuis voor kinderen gebracht in de buurt van hun herkomst, tot hun ouders vrij zouden komen. De leidsters hadden nu een andere baan gezocht, nu ze hier niet langer nodig waren. Juf Having vroeg Like, of ze wel wist, dat juf Noorda inmiddels getrouwd was. Nee, hoe zou ze dat nu moeten hebben horen! Juf van der Ploegen zei, dat ze beloofd had eens aan te komen, om Like op te zoeken. Like kleurde van blijdschap, ze was haar dus toch niet vergeten. In het volgende dorp, wachtten ze op de bus, die hen via Assen naar het dorp zou brengen, waar haar familie woonde. Daar vandaan zou juf Having doorreizen naar haar ouderlijk huis. Like zat aan het raam. Ze tuurde de lucht af. 0, nee, ze hoefde nu niet meer bang te zijn voor vliegtuigen met bommen in de lucht. De toch wel lange rit was haar veel te vlug voorbij. Ze was zenuwachtig, om haar neef te ontmoeten. Waarom kon ze toch niet gewoon naar oma toe? Daar was haar broer Job ook. Nu moest ze weer naar een vreemd gezin. Like had het gedicht van het kinderkamp nog in haar koffertje zitten, want ze had er daar nog een gedichtje bijgemaakt, toen neef Job aan de telefoon was geweest:
"Ik moet bij een neef gaan wonen, ook al ken ik die helemaal niet.
Ik wilde dat ieder weer thuis was, want nu heb ik steeds zo’n verdriet.”
Dat juf Having nu naast haar was gaan zitten, vond Like wel fijn. Juf van der Ploegen, zat een bank voor hen en draaide zich steeds om. Ze lachte en maakte grapjes. Ook sprak ze met Like over haar nieuwe baan bij peuters en kleuters en ze zou Like wel eens meenemen.
De meeste kinderen waren bij hun moeders weggehaald, de kleinsten waren afkomstig van Duitse soldaten en de meestal nog jonge moeders bleven met de kleintjes zitten als de soldaten weer naar hun eigen land terug gingen. Nu werden de kinderen hen ook nog afgepakt. De moeders werden kaal geschoren, als wraak. Like dacht meteen aan haar eigen moeder, zouden haar haren ook weer wat aangegroeid zijn, zou ze haar pruik nog mogen dragen? Wat zouden de bewakers wel denken, dat Moe ook kaalgeschoren was? Zouden ze haar wel willen geloven als ze vertelde dat het om het ongedierte was dat het haar eraf moest? Zou Moe nu altijd op de grond moeten blijven slapen? Zouden ze in Westerbork net zulke bedden hebben, boven elkaar als ze in Duitsland in het kamp hadden? Juf van der Ploegen merkte, dat Like er met haar gedachten helemaal niet meer bij was en amper antwoord gaf en ze zag dat Like helemaal niet meer luisterde. Ze keek weer zo verdrietig. “Niet piekeren, Like, vooruit kijken” zei ze, terwijl ze over de leuning heen haar hand even vastpakte, “alles zal heus wel weer goed komen. Misschien had ik dat van die moeders maar beter niet kunnen vertellen.” Like schudde haar hoofd "Ik dacht aan Mario, waar zou die nu zijn, krijgt zijn eigen moeder hem nooit meer te zien? Wie weet of Like aan haar zuster dacht of haar hetzelfde zou overkomen? Wat heb ik er allemaal niet uitgeflapt, dacht Hynke van der Ploegen, ze had haar tong wel willen afbijten! Maar kom, de bus naderde Assen al. Juf Having moest overstappen, naar de bus, die haar naar haar woonplaats bracht. En juf van der Ploegen ging naast haar zitten. Ze zwaaiden juf Having nog na, toen hun bus zich al weer in beweging zette. Het laatste stukje ging Like veel te sne1. Toen ze uit de bus stapten, ging Juf van der Ploegen eerst naar haar eigen huis. Daar maakte Like kennis met de moeder van juf. Toen moest ze er echt aan geloven. Ze liepen naar buiten. “Kunnen we niet even om lopen?” zei Like benauwd, “ik durf niet.” “Het zal best meevallen, hoor en ik woon toch dichtbij? We zien elkaar heus vaak genoeg, je komt maar aanlopen.” Ja, daar stond ze dan voor de voordeur van haar nieuwe onderdak. De deur ging open op de bel. De vrouw van Job deed open. "Dus dat is nu Like” zei ze, "kom maar gauw binnen, kind. Wat zijn jullie laait" zei ze tegen juf. Die vertelde dat de bus nog niet geregeld liep en daardoor veel oponthoud had. Ze nam afscheid van Like met een kus en liep het hekje weeruit. Het was inderdaad al half acht, er was visite toen Like in de achterkamer kwam, waar Job meteen opstond om haar te begroeten. "Je moet ons maar oom en tante noemen,” zei de vrouw van Job, “we zijn wel een stuk ouder dan jij!” Zij heette Trudie.
Ze mocht na een beker warme melk mee naar boven met haar koffertje om haar kamertje te zien, waar ook de kleine meid lag te slapen. “O, wat gezellig” liet Like zich ontvallen, toen ze bij het bedje stond. “Wat lief.” Ze keek neer op het kleine meisje dat heerlijk lag te slapen. Een mooi groot bed, stond onder de schuine wand aan het voeteneind was een raam. Daartegenover was de deur Aan de straatkant was de ouderslaapkamer met nog een logeerkamer. De wieg met de baby stond in de ouderslaapkamer. Op de overloop stond een klerenkast en een wastafel.
Toen het bezoek weg was, de klok wees half tien, kon Like naar bed gaan. Like legde haar kleren op een stoel naast haar bed, die met dezelfde cretonnen bloemetjesstof was bekleedt als de gordijntjes voor het raam en de sprei en het behang was met dezelfde bloemetjes bedrukt. Like poetste haar tanden, bad op haar knieën voor de stoel. Tante kwam haar welterusten zeggen. Morgen moesten ze om zeven uur opstaan. Like sliep heerlijk!
De volgende morgen waste Like zich bij de wastafel. Wilma werd uit haar bedje gehaald door tante, die haar liet kennismaken met Like. Om half acht kwam de kraamhulp, die Wilma wilde wassen en aankleden. Maar de kleine meid was een beetje overrompeld, door de logé op haar kamertje en wilde alleen gewassen worden door Mamma. “Laten we maar gauw ontbijten” zei tante, want oom moet zo naar zijn werk. Er werd door hem het ‘Onze Vader gebeden’ en de kleine meid zei zoet “Here zegen deze spijze, Amen.” Tante had haar handen liefdevol om de kleine knuistjes van Wilma gelegd. Like at wel twee boterhammen met smaak op. Een met kaas en een met jam en dronk een beker warme melk, waar ze zorgvuldig het vel vanaf viste. Tante moest erom lachen. Toen oom na het danken wegging, maakte tante het programma voor die dag op. Wil Like wel de ontbijtbordjes afwassen? De zuster zou de baby in bad doen en aankleden. Tante kamde Wilma haar haartjes, die al spoedig het hoogste woord had. Like moest maar mee om Wilma naar het kleuterschooltje te brengen. De leeftijd was toen nog vanaf 3 jaar. Dan kon tante haar aan de juffrouw voorstellen, omdat zij dan voortaan haar zou halen uit school. Het was net een kleine kabouter met haar rode manteltje aan en een rood puntmuts je op. Toen Like dat tegen haar zei, schudde ze haar hoofd en ze: “Nee, hoor, ik ben Roodkapje.” Ja, dat vond Like toen ook wel. "Ken je dat verhaaltje van Roodkapje?" “Wilma heeft dat sprookjesboek gekregen van Mina uit Rotterdam die verleden jaar hier logeerde, vanwege de hongersnood, ze was 10 jaar,” vertelde tante. Wilma praatte mee, ze wist het nog best. “Ze sliep in Like haar bed, maar ze is nu weer bij haar mama.” Op de terugweg haalde tante nog gauw even een paar bananen bij de groenteboer voor als Wilma uit schooltje zou komen en om half twaalf mocht Like haar weer uit het schooltje halen. Ze stond verlegen aan de kant. Er stonden al moeders. Een mevrouw kwam op haar af “Ben jij nu Like?” vroeg ze. Like knikte “ja.” “Ik ben Dia, de vrouw van Ton, de broer van Job. Dat is toch jouw neef, hè?” Dat wist Like niet. De kinderen kwamen in de rij naar buiten. Bij het hek stond juf stil. De kinderen gaven haar een hand. De moeders vingen hun kinderen op. Wilma liep samen met haar nichtje Nettie. "Dat is nu mijn dochtertje” zei Dia trots. Ze was op de fiets en sjorde Nettie in het kinderzitje. “Kom maar eens op een avond bij ons langs, dan kun je de baby Geke ook zien, die is een half jaar ouder dan Wilma haar zusje” en weg fietste ze. Like vroeg aan Wilma “kun jij de weg wijzen naar huis” Dat vond Wilma gewichtig en stapte parmantig naast Like voort, terwijl Like haar vroeg hoe het was gegaan op school. Wilma vertelde over de poppenhoek waar ze had gespeeld. En een verhaal, dat de juffrouw had verteld en over rondjes plakken op papier, dat zo moeilijk was. Like kreeg een verkreukeld blaadje in haar hand geduw waar wat kleverige rondjes schots en scheef op zaten. Like had vroeger als 10 jarige wel eens mogen helpen op een kleuterschool, waar toen het broertje van Tineke, haar vriendinnetje op zat. Ze had wel eens een verhaaltje mogen voorlezen uit het ‘Groot vertelboek’ van van der Hulst, omdat ze zo goed lezen kon. Ze begreep dus wel, hoe het toeging op het schooltje.’s Middags, na het eten toen oom Job thuis kwam om te eten, zou Like de kleine meid weer naar school brengen, want mama moest rusten van de kraamhulp. Maar Wilma wilde door mama naar school gebracht worden. “Nee,” zei oom Job, “mama komt jou uit school halen, Like brengt je nu weg." “Waarom zou ik haar halen” vroeg tante Trudie verbaasd. “Vanmiddag is er gymnastiekles voor Like om kwart over vier en Lineke komt Like dan halen. Like zou toch naar de gymvereniging?” “Ja maar, moet Like dan niet eerst een beetje wennen? Ze is hier nog maarnet!” Like kreeg een kleur, toen haar gevraagd werd of ze wel met de meisjes hier uit de straat meewilde naar gym. Ze zou er dan meteen wat vriendinnetjes krijgen. Like was niet zo gek op gymnastiek. Maar oom Job gaf haar een gulden, dan moet je ook eerst nog maar even naar de kapper als Wilma op school is, “vraag maar of hij het een beetje netjes kan knippen, want die haardos zit nu zo wild.” Hij legde haar uit hoe ze vanaf de kleuterschool het beste kon lopen. Hij zou er op de fiets wel even langsrijden om te zeggen dat ze kwam. Toen Like van de kapper terug kwam met een netjes geknipt ponykopje, zij het met nog wel erg kort haar, had tante Trudie al een gym broekje met een witte bloes en zwarte gymschoenen voor haar bij elkaar gezocht. Dat was door een moeder gebracht, wiens dochter het te klein was geworden. Alles zat in een oude boodschappentas. Lineke kwam haar al gauw halen. Ze gaven elkaar een hand: "Da-ag!" zeiden ze. Ze moesten opschieten. De andere meisjes, die bij Lineke in de klas zaten, stonden buiten al te wachten. Ze liepen vlug naar het gymnastieklokaal van een school die gehuurd was door de gymnastiekvereniging. Die vereniging heette: Inspanning door ontspanning, IDO. De meisjes kwebbelden druk onderweg en vroegen Like of ze ook op de ULO kwam. Ze vertelden hoe ze heetten. Like liep er nog wat stil bij. De gymles was best gezellig, moest Like toegeven. Like moest haar naam opgeven en het adres waar ze woonde. Like wist het nauwelijks, maar Lineke hielp haar. Ze kreeg ook zoveel indrukken te verwerken. De meisjes waren allemaal even aardig voor haar. Omdat het een Christelijke vereniging was en de kinderen ook op een Christelijke school zaten, wisten ze al van Like’s komst bij de familie Kremer. En omdat er al vaker iemand voor een tijdje bij hen in hun gezin had gewoond, deed niemand er moeilijk over. Like werd gewoon geaccepteerd. Voor de week om was, had ze al een catechisatieles bijgewoond en een avond van de meisjesvereniging. Daar zongen ze uit de liederenbundel van Johannes de Heer. O, wat mooi, liet Like zich ontvallen. Er werd haar door de leidster gevraagd, of ze er enkele liederen van kende. Like noemde op: ‘t Scheepje onder Jezus hoede', “Als ge in nood gezeten’, ‘Ga niet alleen door ’t leven’. Die liederen kende de leidster wel. Zondag morgen ging ze met oom Job naar de kerk en met Lineke naar de middag dienst. Ze was ook al bij Lineke thuis geweest. Die had nog twee jongere broers en Lineke haar moeder was ook erg aardig. De catechisatieles werd door Ds. Schops gegeven. Hij vroeg of Like al eerder op catechisatie was geweest. Like schudde van nee, wel op de Zondagschool. De dominee gaf haar een boekje. Hé, daar stonden dezelfde catechismusvragen in, die ze inde 5e en 6e klas van de lagere school had moeten leren. Dat was tenminste bekend. “Die moesten we op de lagere school ook leren” zei ze blij. Dominee vroeg, waar ze dan op school gezeten had. “Op de Christelijke Gereformeerde school,” zei ze.
De les begon met de uitleg over vraag en antwoord 21: “Wat is echt geloof.” De dominee zei, dat de Bijbel Gods Woord was die geschreven was door monniken in kloosters, die geholpen door de Heilige Geest, de Bijbel vertaald hadden uit het Hebreeuws, het Grieks en Latijn in het Nederlands. En dat de Bijbel van kaft tot kaft Waarheid bevatte, en als dat ooit anders werd verteld dat ze het niet moesten geloven. Like vond dat zo klaar als een klontje. Wie zou er niet in de Bijbel geloven, als je bij de Christelijke kerk hoorde.
Ze vond de Catechisatieles helemaal niet moeilijk, vertelde ze. Alleen, dat ze de vragen en antwoorden van zondag 7 moesten leren voor de volgende week, vond ze minder leuk. Maar de meisjes hadden haar al gewaarschuwd, dat de Dominee strafwerk zou geven, als ze het niet kende. Dominee was streng, hoor Nou, Like vond dat wel meevallen. Op het kerkplein ging hij gewoon bokkiespringen met hen toen ze op zijn komst stonden te wachten.
Op de meisjesvereniging mochten ze om de beurt een lied uitzoeken, waar ze de avond mee begonnen. Like vroeg het lied, wat ze in haar eentje op zolder had liggen zingen op de boerderij, waar ze toen achtergelaten was, voor dat ze naar het kinderkamp ging. Ze was die tijd al haast vergeten, zoveel indrukken had ze al te verwerken en ze voelde zich blij en vrolijk worden. Ze moesten ook een verhaal uit de Bijbel in hun eigen woorden opschrijven voor de meisjesvereniging en dat nog voorlezen ook. Like vroeg aan Lineke verbaasd, hoe ze dat dan moesten doen. Zij waren toch geen dominee. Hoe deden ze dat? Nou gewoon, zei Lineke, overschrijven uit de kinderbijbel. Like bloeide helemaal op. Ze had een vriendin, de andere meisjes waren ook allemaal erg aardig en ze mocht van oom en tante overal naar toe. Op maandag kwam de kraamverzorgster niet meer terug. Oom en tante vroegen Like of ze ook niet met de meisjes mee naar school wilde, want op de huishoudschool was er geen plaats voor haar, maar Like zei bedrukt, dat ze niet kon leren. Toen vroeg Tante of ze dan wel als kindermeisje bij hen wilde zijn, nu de kraamverzorgster weg was. Dat wilde Like maar al te graag. Mocht zij de baby dan de fles geven? En in badje doen? Ja, dat mocht ze ook wel eens. En Wilma naar schooltje brengen en halen Maar ook afstoffen en stofzuigen hoorde er bij, bedden afhalen en verschonen en opmaken en de was uit het hete water door de wringer halen. En wat ze bij koud weer het ergste vond, de luiers op het platte dak ophangen. Vooral als het gevroren had, dan bleef de was aan de lijnen kleven als die weer naar binnen moest. Ze mocht ook de leuke kleertjes van Wilma en de baby strijken, een secuur werkje, waarbij je op moest passen, dat je vingers niet tegen de hete bout kwam, want dan had je meteen een brandwond. Zo kwam de maand december aan. Like was al eens bij juf van der Ploegen geweest en mee geweest naar haar werk, een tehuis voor zieke kleintjes, waar een jongetje lag, dat met een open ruggetje was geboren en nooit zou leren praten en lopen. Zo’n Hitlerkind zou er helemaal niet moeten zijn, mopperde een collega. Like schrok ervan. Weer dacht ze aan Mario. Zou die nu ook in zo’n tehuis zijn? Dat verdriet om dat jochie ging maar niet over. Juf van der Ploegen vond het heel erg, dat er zoiets gezegd werd. Een kind kan er niets aan doen in welke omstandigheden het geboren word. Op de terugweg was Like stil. “Trek het je maar niet zo aan” zei ze, “zulke mensen weten niet wat ze zeggen.” Like vertelde over Mario, dat ook een kind van een Duitse soldaat was. “Alle kinderen hebben het recht op leven” zei juf. Juf wist ook niet, waar hij was ondergebracht. Like mocht haar voortaan wel bij de naam noemen, Hynke, heette ze. Zij was toch al 14 jaar en Hynke was nog maar net 20, dus maar een paar jaar ouder. Hynke was tot voogd benoemd over Like, omdat ze nu eenmaal dicht bij woonde, en ze Like zelf in haar groep heeft gehad. Dus mocht ze altijd bij haar komen, als er iets was, wat ze niet begreep of als ze verdriet had. Maar Like vond, dat ze juist een fijn leventje had bij oom en tante. Ze mocht op de kinderen passen als oom en tante op visite gingen. Ze mocht op mooie dagen met baby Gientje in de kinderwagen wandelen. En op Sinterklaasdag kwamen Ton en Dia met de kleintjes, Nettie en Gea, om het Sinterklaasfeest te vieren, al vroeg in de avond. Trijnie kwam ook, de dochter van oom Lammert en tante Gaaike. Die was onderwijzeres op de lagere school. Zij had de kleintjes van klas twee. De kinderen kregen elk een mooi cadeau. Nettie en Wilma elk een slee, dat hadden de beide moeders afgesproken. De baby’s een rammelaar. De groten deden niet aan cadeaus geven. Maar toch kreeg Like tot haar grote verrassing een mooi poëziealbum. Het poëziealbum van het kinderkamp moest ze wegdoen, toen ze er pas was, want het was maar beter, als ze die tijd zo gauw mogelijk vergat. Daarom kreeg ze nu een nieuwe.
Ze dronken heerlijke chocolademelk en aten Speculaas. Dat hoorde bij het Sinterklaasfeest. Trijnie wilde als eerste een versje in haar album schrijven. Het album kwam vanzelf wel vol met al die vriendinnetjes, die ze nu had. “En wij dan?”vroeg tante Trudie. “Jullie het eerst,” vond Like. Like schrok opeens, “0, ja,” giechelde ze, “Sint heeft nog twee cadeautjes gebracht.” Dat is een grapje. Al dagen had ze steeds wat pijptabak verstopt op aanraden van Lineke, haar vriendin, die gezegd had, dat ze op die manier voor een cadeautje kon zorgen. Van haar kwartje zakgeld had ze een pijpenrekje gekocht, dat ze zelf zo mooi vond, van bruin gebeitst hout met rozen erop geschilderd. En ijzeren beugeltjes, waartussen pijpen konden hangen. Oom Job rookte pijp en de tabak had ze in een papieren puntzakje opgespaard, dat gaf ze er nu bij. “Nu heb ik mijn tabak tenminste weer terug” zei oom Job, "ik miste het wel, hoor.” Tante Trudie miste al een poosje suiker uit de suikerpot, die was toch elke keer zo vlug leeg en de suiker was nog steeds op de bon. Bij Jamin kon je voor een onsje suiker snoepjes kopen, maar dat had Like niet gedaan. Ze had een mooie stenen suikerpot gekocht en daar de suiker ingedaan. Ze had immers de deksel van de suikerpot kapot laten vallen met de afwas doen. Het was een crème potje met rozen erop, dat ze ook; al zo mooi gevonden had. “Hé,” zei Tante Trudie, “ik vond al, dat de suikerpot zo gauw leeg was. Ik verdacht je al van snoeplust, maar je lachte steeds zo geheimzinnig, net of je iets in je schild voerde.” Ze had de cadeaus verstopt, dus hadden ze flink moeten zoeken. Het pijpenrekje in een dekschaal, waar hij maar net in paste. De suikerpot in een lege soeppan.
Met de kerstdagen was er een kerstfeest met de meisjesvereniging waar een Kerstprogramma klaarlag, waarin gedichten en Bijbel teksten stonden, die ze om de beurt mochten voorlezen. Ze zongen mooie Kerstliedjes, terwijl er kaarsjes brandden op de tafels. Ze kregen elk een boekenleggertje met een tekstje erop. Ze snoepten van kerstkransjes en schuimkransjes. De leidster vertelde een mooi verhaal. Like was er erg van onder de indruk. Ook in de kerk werden mooie liederen gezongen. Op tweede kerstdag was er een mooi koor dat heel mooi zong. Kleine Wilma had op de kleuterschool geleerd van

“Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht,
dat er zijn veel kaarsjes brandend in de nacht,
laten wij dan ieder, ook een Lichtje zijn,
jij in jouw klein hoekje, en ik in het mijn.”

Jezus zegt, als het donker is,
overal op aarde, zonde en droefenis,
laten wij in het duister
dan zo’n lichtje zijn,
Jij in jouw klein hoekje en ik in het mijn!"

Dat mocht ze thuis aan tafel zingen bij het branden van een kaarsje. Like hielp haar een beetje, want Wilma kon niet erg goed de wijs houden. In de kerstvakantie was er ijs en gingen de meisjes met elkaar schaatsen op het ijs van het Kanaal. Het had al dagen lang gevroren. Like kreeg de schaatsen van tante Trudie, maar die losse dingen wilden maar niet onder haar schoenen blijven zitten, hoe strak ze de veters ook aantrok. Ze zwikte steeds door haar enkels. Ze liet de meisjes dan ook gauw in de steek en ging naar huis. Kleine Wilma vond het ook te koud buiten, ze was niet te bewegen om buiten te spelen. Op Oudejaarsdag viel er sneeuw! Tante Trudie was aan het oliebollenbakken. Like moest het deeg heel goed doorroeren voordat de gist er in kwam. De hele morgen had het in een pan op het petroleumstel staan rijzen met een theedoek over de deksel. Ze aten soep met een kluif, die de hele dag had staan trekken. Ondanks het gasfornuis, konden voor zulke gerechten de petroleumstellen niet gemist worden. Om zeven uur begon de oudejaarsavonddienst. Like ging er met oom Job naar toe dan kon tante zich vast wassen en verkleden als de kinderen in hun bedjes lagen. Er werd in de kerk het Oudejaarsavondlied gezongen: ‘Uren, dagen, maanden jaren, vliegen als een schaduw heen, ach wij vinden, waar wij staren, niets bestendig hier benéèn.’ Tante Gaaike en oom Lammert, gingen na kerktijd mee met Like en zoon Job. Ze zouden het Oude Jaar vieren bij hen. De koffie stond al te pruttelen op het petroleumstel met de melk er al in en het rook heerlijk naar oliebollen. Ze smaakten dan ook erg lekker. Om 12 uur wensten ze elkaar plechtig Nieuwjaar. Like was verlegen, want ze was niet gewend om gezoend te worden. Als ze ‘s avonds naar boven ging, wenste ze welterusten, meer niet. Ze ging zachtjes naar haar bed, want Wilma werd vaak s, nachts wakker en vaak hield ze Like uit haar slaap door haar gehuil. Papa moest dan komen, en niemand anders. Hij liet haar dan een plasje op een potje doen, want boven was er geen wc. Op Nieuwjaarsmorgen bleef Like thuis oppassen. Het was het jaar 1946. Ze stofte de voorkamer af met de Franse slag, zoals dat heette, dan hoefde het alleen voor het gezicht een beetje gestoft te worden. De baby moest gebadderd en aangekleed worden. Wilma werd zoet gehouden met een verhaaltje voorlezen. De koffie vers gezet, de geschilde aardappelen op het gas gezet, zachtjes, evenals de bloemkool. Het vlees stond al in de pan klaar met de jus van de vorige dag. En de pudding stond in de kelder. Bij de koffie kwamen eerst nog de overgebleven oliebollen. Ze stonden op een schaal op de haard. Een schaaltje met poedersuiker op een schaaltje op tafel.
Toen de kerkgangers thuiskwamen, schonk Like de koffie in. Na het smullen van al dat lekkers en een uurtje daarna van de warme maaltijd moest Like naar oom Pier en tante Guurtje om nieuwjaar te wensen. Ze was er in die maanden al geregeld even langs geweest als ze gelijktijdig naar oom Lammert en tante Gaaike ging. Ze kende nu haar neven en nichten goed. Tante Guurtje stopte haar hand vol met chocolade, ze was wel aardig maar Like vond het er altijd een beetje saai. Ze liep ook nu even binnen bij het buurhuis. Oom en tante deden net even een dutje, maar ze moest Trijnie en Leo, haar broer, die ook nog thuis woonde, gelukkig nieuwjaar wensen. Trijnie gaf haar een stuk trommelkoek, die tante Gaaike de vorige dag had gebakken. Like’s vader had die koektrommel voor haar gemaakt, waar de koek in gebakken werd .Je kon hem koud of warm eten met boter en suiker, heerlijk was dat. Daarna ging ze nog even langs de familie van Hynke, om die ook nieuwjaar te wensen. Ook daar voelde ze zich wel thuis. De hele familie was aanwezig. Like kende de twee zussen en broers van Hynke wel. Het was daar altijd erg gezellig en Like genoot van de plagerijen onderling. Natuurlijk werd haar daar ook weer een schaal oliebollen voorgezet. Toen ze thuis kwam, gingen ze met elkaar de baby in de wagen met een kruikje naar Dia en Ton en de kleintjes. Gea zat al in de kinderstoel en Like speelde kiekeboe met haar. Toen las ze Nettie en Wilma een boekje voor van van der Hulst over het meisje in de sneeuw die verdwaald was, maar gelukkig weer werd gevonden. Nettie had dat boekje gekregen van haar Pappa voor de kerstdagen. Het heette: ‘Voetstapjes in de sneeuw.' Na een paar uurtjes gingen ze door de koude lucht weer naar huis. De wind was aangewakkerd en kwam opzij uit het oosten in hun gezicht gewaaid. Like huiverde in haar wollen mantel. Ze had inmiddels al heel wat kleren gekregen van Trijnie die haar uitstekend pasten. Trijnie was 24 jaar, maar nog mager vanwege de oorlog. Omdat Like nogal lange benen had, toonde ze al gauw flink groot, daarom kon ze de afgedankte kleren van Trijnie wel aan die er nog keurig netjes uitzagen. De winter duurde Like wel erg lang. Tante Gaaike werd ziek. Ze had een negenoog onder haar arm, dat was een knoedel steenpuisten. Ze had hoge koorts. Omdat iedereen naar het werk moest, ging Like naar Tante Gaaike om de huishouding te doen. Tante Trudie had haar gestuurd. “Wat moet ik daar doen?” vroeg Like benauwd, brr, ze wist zich toch niet zelf te redden. Maar tante Trudie had gezegd, dat familie elkaar moesten helpen als ze in nood waren. Daar had Moe anders niets van gemerkt, toen ze in het voorjaar daar aankwamen, dacht Like stil. Maar ja, oom, Lammert werkte voor de kerk de administratie bij nu hij de zaak niet meer had. Leo was op kantoor en Trijnie naar haar klas. Om kwart voor twaalf moest er eten op tafel staan, want er werd ‘s middags nu eenmaal warm gegeten. De bedden moesten opgemaakt, de slaapkamers gestoft en gezogen, beneden de kamers stoffen en zuigen. Tante Gaaike lustte wel een kopje koffie, brr, wat was het koud boven. Ze sloeg tante Gaaike zorgzaam een wollen doek om de schouders. Op het puntje van de stoel wachtte ze tot de koffie op was. Ze vroeg, of ze nog wat voor tante kon doen, maar die wilde alleen maar slapen op de medicijnen die ze van de dokter had gekregen. Tante had nog niet veel praatjes, dus ging Like maar de aardappels schillen. Hoeveel moest ze schillen? Ze werden wel een beetje hoekig. Ze zette de aardappels op met water. Gelukkig lag er een grote bloemkool, die kon ze in roosjes snijden, flink wat water erop. Dat kookte vanzelf wel gaar. Het vlees stond zoals gewoonlijk in de jus pan onder het vet, dus dat hoefde alleen maar op het grote petroleumstel warm te worden. Like dekte de tafel, ze vond het tafelkleed in de kast. De indeling van de huishouding leek wel wat op dat bij tante Trudie, alles op dezelfde plaats, dus kon ze de weg aardig vinden. Ze wist niet, of de haard nog bijgevuld moest worden, misschien wilde oom Lammer daar straks wel naar kijken. Ze ging nu maar eens bij de aardappels kijken, ze prikte er met een vork in, nee, nog even. Als ze dan maar niet aanbranden! Het sausje voor de bloemkool klonterde, dat pannetje zou ze straks weer moeilijk schoon krijgen bij de afwas. Daar kwamen ze allemaal bijna gelijktijdig binnen en schoven aan tafel. Oom ging de krant lezen, Leo stoof naar zijn kamer en Trijnie was met haar schoolspullen bezig. Wat moest ze nu doen? De pannen op tafel zetten, of moest ze wachten tot iedereen aan tafel ging zitten? Wacht ze zou vast een bord je voor tante Gaaike opscheppen en naar boven brengen. Maar oom zei achter de krant “laat mij dat maar doen.” Hij vouwde de krant op en ging ermee naar boven. Hij riep de anderen aan tafel en na het bidden aten ze. Like had nogal rijkelijk met zout gestrooid in de aardappels en over de bloemkool. Ze wist ook niet, hoeveel er eigenlijk in moest. Trijnie zei dat Like na de afwas en de keuken schoonmaken, wel naar huis kon gaan, want dat zij alom vier uur weer thuis kwam uit school. Toen allen na het Bijbellezen en danken waren vertrokken, alleen oom deed even een dutje bij de haard, kon Like de afwas doen. Van de restjes maakte ze een kliekje en zette dat in emaillen schaaltje met een oude schone theedoek erover, die voor dat doel op een plank in de keukenkast lagen, in de kelder. De aluminium pannen waren maar moeilijk schoon te krijgen. Like schuurde met veel vim en staalwol. Het ging ermee door toen ze zuchtend de enorme vaat in de kasten opborg. Ze schuurde het kookstel af, die knap aangekoekt zat met spatten en kruimels. Like was niet erg handig met koken. Ze veegde het aanrecht schoon, dweilde de vloer en toen vond ze het welletjes. Ze was geen werkster! Even ging ze nog naar boven om te zeggen, dat ze wegging maar tante Gaaike sliep, dus deed de deur weer zacht dicht. Trijnie zou nu al gauw komen. Ze trok beneden haar jas aan en liep door de keuken naar buiten. De voordeur werd nooit gebruikt. Alleen voor dokter of de dominee werd de voordeur geopend. Bij de buren tikte tante Guurtje tegen het keukenraam. Like stapte de keuken in. Wat moest die nou weer? “ ’t Is mien te kold, om nog vort te gaan, maar hou geat 't?” Like verstond het Drents met Gronings dialect wel goed, dus vertelde ze, dat tante Gaaike nu sliep en dat zij vlug naar huis ging. Tante Guurtje liet haar maar gaan. Oom Beer zou straks wel even gaan vragen. Like liep te glijden over de bevroren resten sneeuw op de stoepen, de straten door. Van haar mocht die sneeuwtroep wel opgeruimd wezen. Van sneeuwpoppen maken en sneeuwballen gooien, zoals ze op de catechisatie door hen kortweg "Kat" genoemd de eerste keer na Nieuwjaar nog hadden gedaan met de dominee, kwam nu toch niets meer. Bah, ze leek wel een oude vrouw. Tranen schoten haar in de ogen. Ze was ook zo moe! En dan dat gestrompel over die ongelijke stoepen. Helemaal van streek kwam ze thuis. Tante Trudie schrok er van "Kind toch, was het te veel gevraagd?'' De volgende dag ging Like met lood in de schoenen weer op pad, maar tante Trudie had tegen haar gezegd, dat ze niet moest gaan stoffen en zuigen. “Laat Trijnie ook maar wat doen, hoor, en Leo kan ook wel eens de handen ui t de mouwen steken.” Tante Guurtje kwam uit de keukendeur: “Hier wichie, een kwattareep, da ie bin een nuver wichie, hoor, da ie zo helpe” Dat deed Like toch weer goed. Dus zat ze met een kopje opwarm koffie en een kwattareep in Oma’s stoel een boek te lezen, nadat ze er aan tante eerst een had gebracht. Tante was nog hard ziek. Zolang de steenpuisten niet waren door gebroken, kon de dokter hem niet uitknijpen. Een wijkverpleegster kwam de patiënt wassen en de wond verzorgen. Die moest met een papje week gemaakt worden, tante vertelde, dat een draagdoek helemaal over haar borst was gebonden. Het was een moeilijke plaats om te verbinden. Ze was al een borst kwijt, er zat maar een klein knobbeltje, maar voor de zekerheid was die maar weggenomen. De kinderen waren toen nog klein, vertelde tante. Het middageten ging nu wat beter, Like was niet meer zo zenuwachtig, nu ze alles wist te vinden en ze liep met ieder pannetje naar boven om te vragen, hoeveel water of zout ze gebruiken moest in het eten. Oom Lammert was al weg, toen Leo en Trijnie met elkaar in gesprek waren over het kostgeld, dat ze meer moesten betalen. Daar voelden ze geen van beiden voor. Daarom spraken ze af, dat ze allebei zouden weigeren. Like was er verbaasd over, dat ze het niet voor hun ouders overhadden. Like deed maar net of ze niets had gehoord. Het was woensdag, dus Trijnie was vrij. Zij zou het huiswerk nu verder doen. Afwas, stoffen en zuigen, en haar eigen kamer doen. Like ging nu heel wat opgewekter weg. Tante Trui had oom Jan erop af gestuurd, om te zeggen, dat Like niet het hele huis meer mocht schoonmaken, daar was ze nog niet sterk genoeg voor, ze moest eerst nog bijkomen van alle ellende die ze had meegemaakt en eigenlijk hoorde ze nog op school te zitten. Like nam Wilma mee op de slee naar Dia, die een paar straten verderop woonde. De sneeuw lag nog op de stoep. Ze zou een breipatroontje ophalen voor een babymutsje, dat ze wilde breien. Nettie was een beetje hangerig van het binnenzitten, dus nam Like haar ook nog maar even mee, op de slee. Met twee kleuters op de slee, ging ze naar het eind van de straat, waar haast geen huizen stonden, daar lag nog een dik pak sneeuw dat niet was weggeveegd. De kinderen hadden reuze pret, omdat Like ze even van de slee afnam om ze te leren baantje glijden. Zo werden ze weer warm. Na een uurtje leverde ze Nettie weer af bij Dia, dronk een kopje een kopje thee, om weer warm te worden, speelde even met Gea in de kinderstoel en vertrok na een half uurtje weer naar huis. Ze was helemaal opgefrist door het buiten zijn. Die avond begon ze ijverig met het opzetten van de steken met witte babywol. Gientje groeide voor spoedig en mocht soms al inde warme box in de kamer liggen. Ze speelde dan wat met de bijtring of met een pieppopje. Ze lag op haar rugje rond te kijken in de kamer. Like had pret omdat verbaasde gezichtje. Na een week was tante Gaaike al zover opgeknapt, dat ze weer beneden kon zijn. Like was dus niet langer meer nodig. Dat vond deze niet zo erg. Ze kreeg een grondige hekel aan huishoudelijk werk. En eten koken? Brrr. Ze speelde liever met de kinderen en oppassen vond ze ook leuk. Soms werd ze door Ton en Dia ook gevraagd om een avondje op te passen. Er stond dan een schoteltje lekkere gebakken koekjes klaar en soms wel eens een kwattareep. Neef Ton bracht haar dan ‘s avonds weer naar huis.
‘s Middags kwam Nettie wel eens mee uit de kleuterschool om met Wilma te spelen. Maar het leukste vond ze de avonden, als ze met Lineke, en de andere meisjes naar Gym, kat. of de meisjesvereniging ging. Ze dolde net zo met de meisjes mee als de giechelende bakvissen, uit het meisjesboek van Top Naaff. ‘Schoolidylle’ vond ze een enig boek. Ze schoot vaak in de lach, als ze zat te lezen, zodat tante Trudie vroeg, wat er zo leuk was. Het boek van Joop ter Heul vond ze ook erg mooi soms moest ze er wel eens van huilen, maar dat liet ze niet merken. Op zo’n oppas avond kreeg ze het babymutsje voor Gientje af en ze zette die op een keramiek kopje van een jongenstoetje op de tafel. Toen tante Trudie met oom Job thuiskwam, stond ze erom te lachen, die Like toch. Dat vertelde ze de volgende morgen.
De maand maart kwam. Het zou al gauw Pasen zijn. Van de gymvereniging was er een toernooi. Ze deden ritmische gymnastiek en brugoefeningen, zwaaien in de ringen en zwaantje maken. Er werden punten voor gegeven, maar Like bracht van de brug en het zwaantje niet veel terecht.
Toen kwam er eindelijk eens een brief van Moe! Ze was overgeplaatst naar Weesp en zus Gea was daar ook. Op een dag vertelde oom Lammert, dat er een bezoekregeling was getroffen. Hij zou met Like naar het kamp gaan. Like huiverde, ze dacht aan die keer, dat ze met Jan en de twee peuters naar de school in Drenthe waren. Gespannen ging ze met oom Lammert mee. Ze kwamen met de trein tot vlak bij hun eigen stadje, met een bus moesten ze naar het kamp. Daar wachtte hen een grote teleurstelling,
ze mochten het kamp niet in, maar moesten buiten bij het prikkeldraad blijven staan.
Moe en Gea stonden aan de binnenkant van het prikkeldraad. Gea vertelde, dat ze in Vucht erg ziek was geweest. Ze had hoge koorts gehad en in haar been zat een grote holte, waar met tampons etter uit een grote zweer moest worden gehaald. De wond was nu genezen, maar er bleef een holte over. Ze werkte nu op de chocoladefabriek in Weesp. Samen met nicht Latte. Gea zou een mooi popje voor Wilma maken, zei ze. Die maakten ze samen ’s avonds voor de verkoop. Like dacht, dat ze een gewone pop bedoelde, waar je mee spelen kon. Dat vertelde ze aan tante, toen ze weer thuis kwamen. Veel kon ze er niet over praten, dan zou ze weer zo moeten huilen, net als op de boerderij in Drenthe. ‘s Avonds in bed huilde ze onder de dekens om Wilma niet wakker te maken. Moe had niet veel tegen haar gezegd, alleen zacht met oom Lammert gesproken. Waarover, had ze niet gehoord.
Het werd Pasen! Like begreep voor het eerst de preek van de dominee. Natuurlijk wist ze wel, dat Jezus aan het kruis was gestorven voor hun zonden, maar ze had het nooit zo op henzelf betrokken. Zij hoorden toch bij de kerk! Dat gold toch niet voor kerkmensen!
Nu viel het haar op, dat een van de twee zondaars aan het kruis, vergeving voor zijn zonden ontving en met Jezus' naar het paradijs mocht. De dominee preekte hier met veel gevoel over: "wat uw zonde ook is geweest, vraag om vergeving en God is zo genadig, dat Hij het om Jezus wil vergeeft!” 0, hoe wilde Like met heel haar hart, dat God haar vader en moeder ook zou willen vergeven. Dat ze weer vrij zouden komen en ze weer allemaal bij elkaar zouden mogen wonen. Ze zou er elke avond voorbidden nam ze zich voor. Op tweede paasdag ’s avonds gingen tante en oom op visite bij oom Lammert en tante Gaaike. Lineke mocht bij Like komen oppassen. Lineke vertelde, dat er op Pasen in Drenthe altijd grote Paasvuren aangestoken mochten worden. Dat was traditie. Like wist, dat er in de schuur een stapel kranten lagen. Oom Job beloofde altijd, dat hij die eens op zou ruimen, maar dat ze daar niemand in de weg lagen. Like wist er nu een mooie oplossing voor. “Zou dat wel mogen?” vroeg ze Lineke. Die riep enthousiast ja! Ze sleepten de kranten achter in de tuin en staken de stapel in brand. Eerst wilde het niet goed vlamvatten maar toen ze er met tuinstokken in pookten werd het een enorm groot vuur. Like werd er een beetje bang van.
Toen kwam de buurvrouw kijken en die schrok geweldig. Ze zei, dat Like vlug emmers water erover moest gooien. Lineke was naar binnen gevlucht en liep uit pure baldadigheid met haar vuile schoenen over het bankstel heen in de voorkamer. Like sleepte emmers met water aan: "Kom nou helpen," smeekte ze Lineke. Eindelijk was het vuur gelukkig uit. Buurman kwam kijken of er niets meer lag te smeulen. Hij vond hen erg dom. Als de wind naar de huizen had gewaaid, waren die in de brand gegaan. “Maar het was een paasvuur” stotterde Lineke. Dat mag alleen maar buiten het dorp, zei de buurman boos. Lineke ging maar vlug naar huis en Like kroop van schrik vlug in haar bed, maar ze werd er algauw weer uitgehaald door een boze tante Trudie. De stoelen zaten onder de modder. En dan die kranten pakken, hoe durfde ze! Hoe kwam je op het idee? “We wilden een paasvuur maken, stotterde Like. Lineke mocht nooit meer helpen oppassen. Maar tante Trudie vond het eerlijk gezegd ook dom van oom Job, dat hij nooit eens die boel opgeruimd had. Die ging de volgende dag gelijk de kranten naar de vuilnis brengen. Like schaamde zich rot, ze had helemaal niet gedacht, dat het zo gevaarlijk zou zijn, ze wilde helemaal geen kattenkwaad uithalen, zo erg had ze het niet bedoeld. Ze moest ook nog bij Hynke komen, die precies wilde weten wat er eigenlijk aan de hand was. Like huilde, ze vond het zo erg, dat iedereen zo boos was. “Jij kunt helemaal niet alleen oppassen,” zei Hynke, als je zulke domme dingen doet.
Tante Trudie hielp op zaterdagmiddag altijd bij Jamin. Oom Job was dan vrij en Like wandelde dan met de kinderwagen en Wilma, naar het hertenkamp, waar Wilma de broodkorsten aan de eenden en herten mocht geven. Een van de kinderen, die altijd met hen mee liep naar gym, was jarig en mocht de meisjes uitnodigen voor een partijtje. Ze hadden heerlijke taart gegeten uit de winkel en limonade gedronken en veel spelletjes gedaan, Zwarte Pieten, met roet onder een schoteltje of sterren kijken door de tuinslang, waar dan een kopje water door werd gegooid. En spelen, door gehurkt in een rij naast elkaar te zitten, en dan viel de eerste tegen de tweede om en zo lagen ze allemaal over de grond. Ze hadden zo’n pret gehad. De moeder had moeite om de jolige groep de deur uit te krijgen. Ze moesten elkaar netjes tot hun hek wegbrengen. Lineke en Like waren bijna de laatsten, er woonden nog twee meisjes aan het eind van de straat. Toen Like thuis kwam lagen oom en tante in bed, maar tante kwam meteen verbolgen uit bed, of Like wel wist, hoe laat het was? Like schrok, al elf uur geweest. Ze had helemaal niet op de tijd gelet, ze ging gewoon met de andere meisjes mee. Maar we waren toch met elkaar, zei ze verschrikt. Oei, oei, had ze nu alweer iets verkeerd gedaan? De volgende dag vertelden ze elkaar, dat ze op hun kop hadden gekregen. Toen er dan weer een meisje haar verjaardag mocht vieren, waren ze heel wat rustiger. Wel brak Lineke nog een zilveren taartvorkje. Wat zijn dat ook een dunne dingen, zei ze verongelijkt. De moeder bleef bij het feestje en er mochten allen maar tamme spelletjes worden gedaan, zoals ‘Mens Erger Je Niet’ en ‘Ganzenborden’. Het was toch gezellig, en ze bedankten netjes voor de leuke avond, toen ze klokslag tien uur naar huis werden gestuurd. Toen er een paar mooie dagen in april kwamen, wilde tante aan de grote voorjaarsschoonmaak beginnen. Like moest dan maar met de kinderen zoveel mogelijk naar buiten. Maar Gientje sliep nog veel en Wi1ma zat op school. “Mag ik meedoen?” vroeg Like, “dat lijkt me nou net zo leuk.” "Je mag meedoen, als de kinderen van de vloer zijn, maar of je het dan nog zo leuk vind, dat moet ik nog zien” zei tante. Maar Like vond het gespetter met water wel spannend. Ze begonnen met de slaapkamers. Like boende de ledikanten en ze klopte de dekens met tante Trudie. ‘s Avonds rolde ze in het heerlijk fris ruikende bed. De volgende dagen werd ze steeds minder enthousiast. A1s het alleen sopwerk was, schoten ze aardig op. Maar het inruimen, dat hield erg op. Op een middag was Like de matten ijverig aan het kloppen. Vanavond mocht ze naar een 25 jarige bruiloft van Hynke haar ouders. Een van de zussen van Hynke liep langs en riep haar toe naar de tuin, waar of ze toch bleef? “Vanavond kom ik toch” zei ze. Ze ging zich na het eten maar vlug wassen en omkleden. Ze had een bos bloemen mee, die al in een emmer klaar stond. Zo ging ze op pad naar een feestzaaltje, waar de bruiloft gevierd werd. Hynke kwam meteen op haar af. “Wist je niet, dat je op de receptie ook had mogen komen?” “We waren nog aan de schoonmaak bezig." Ja dat had haar zus al verteld. Er werden voordrachten gedaan. Sommigen waren niet zo erg netjes, maar dan werd er meteen gezongen: "Die man mag niet meer aan ‘t woord, zijn woorden zijn ongehoord.” Like kreeg boerenmeisjes in een heel klein glaasje Ze at er alleen de rozijnen uit, die sterke drank lustte ze niet. Er was gebak en chocolaatjes. Dat vond ze veel lekkerder. Ze vroeg Trijnie, het zusje van Hynke, of zij ook wel een voordrachtje mocht doen. Ze kon zingen: “Als ik groot ben, lieve Moeder”, dat had ze bij de Meeuwkes toch ook op een bruiloft gezongen. De mensen klapten en daardoor aangemoedigd, zei ze nog een gedicht op, wat ze ook bij de Meeuwkes had geleerd: “In een Diligence zaten, negen mensen bij elkaar, het was een dag van grote hitte en de lucht was drukkend zwaar. ‘t Is fameus, zo sprak de dandy, en daarbij werd keurig net, met twee vingers en twee duimen, ‘t Kneve1tje in de krul gezet.”
Alle coupletten rolden vanzelf uit haar mond en ze deed de freule en de wasvrouw zo goed na, dat alle mensen het erover eens waren, dat ze goed kon dec1ameren. Like bloosde onder zoveel lof, maar om kwart voor tien wilde ze naar huis. Ze was bang, dat ze te laat thuis zou komen. Ze wilde geen standje meer riskeren, na het feestje. Broer Drikus bracht haar naar huis. De dag daarna hoorde tante Trudie dat Like zo mooi gezongen en gedeclameerd had. “Nou, dat had je ook wel eens mogen zeggen. Ik moest het van een ander horen.” “Anderen deden toch ook een voordracht.” zei Like.
Toen tante Gaaike en oom Lammert ook hun 30 jarige bruiloft vierden, moest ze voor hen ook een gedicht voordragen, maar een meer stemmig gedicht, hoor. Dat moest ze goed uit haar hoofd leren, maar ze begreep het gedicht niet zo, dus had ze grote moeite met moeilijke woorden, zoals Wemeldingen. “Wat is dat voor een woord,” vroeg ze. “Dingen, die rond fladderen, was het weifelende antwoord, “wat geeft het nou, of je het woord niet kent. Als je het maar goed uit je hoofd leert, Pa en Moeke vinden het nu eenmaal mooi.” “0” zei Like, zij vond het niet mooi. Dus toen ze het moest voordragen, struikelde ze natuurlijk over dat moeilijke woord. Haar roem was op slag voorbij. “Had ik nu maar over de Diligence mogen declameren,” zei Like, “dat heb ik leren voordragen.”
Er werd een gedichtenwedstrijd uitgeschreven wie het leukste korte rijmpje kon maken op bepaalde boodschappen. Tante vond dat nét wat voor Like. Ze won er warempel een cake mee!
Toen ze weer een bezoek mocht brengen, moest ze wel alleen op reis. Er wachtte haar een verrassing. Moe was ook 25 jaar getrouwd, maar Moe had het niet willen vieren, want Pa mocht niet komen. Maar Lotte en Gea hadden sandwiches gemaakt van echt wittebrood met roomboter en hagelslag. Dat was net zo lekker als een gebakje, vonden ze dapper .Het was natuurlijk ondenkbaar, dat er echt gebak mocht komen. “Maar nu heb ik geen cadeau” jammerde Like. “Juist dat je er bent, is al een cadeau” vond Moe, want ze mocht zomaar in de barak komen. Gea had een lief klederdracht popje voor Wilma gemaakt, maar dat moest ze onderhaar jas verstoppen, want het was voor de verkoop. Like dacht aan het matroosje, dat Gea eens voor haar had gemaakt toen ze zes was, maar ze liet niets merken. Like moest weer weg van de bewakers. Een beetje stuntelig nam ze afscheid, gaf Moe haastig een kus en riep dag naar Gea en de anderen. Tante Trui en Lotte zag ze ook nog even. Wat moest ze nu verder nog zeggen. Ze liep maar haastig weg. Pas in de trein kon ze het popje goed bekijken. Ze moest huilen en verborg haar gezicht in de hoek van de coupe. Ze vond het op bezoek gaan naar het kamp helemaal niet fijn'. Wanneer werd alles nou weer eens gewoon. Hoe lang zou ze bij haar neef moeten blijven wonen? En dat Pa en Moe nu ook al 25 jaar met elkaar getrouwd waren en dat Pa er niet eens bij mocht zijn. Terwijl zij in Drenthe twee feesten vierde. Nu moest ze opletten, dat ze de goede trein naar Amersfoort nam, waar ze moest overstappen op de trein naar Assen en naar hun dorp.
Wilma kwam al gauw in de keuken kijken naar het popje. Like moest haar wel even uitleggen dat het een sierpopje was, waar je wel naar kon kijken op een kastje, maar niet om mee te spelen. Een kijkpopje: zei Wilma, en ze legde het popje in haar mamma’s schoot.
Toen moest ze er ook op de meisjesvereniging aan geloven om een bijbelverhaal temaken, dus pakte ze de kinderbijbel en probeerde ze het verhaal in eigen woorden weer te geven. Wat was dat moeilijk. Opstellen maken op school had ze altijd erg fijn gevonden, maar dit was toch even anders. Ze zat het dan ook een beetje stotterend voor te lezen, maar de leidster vond het erg goed gedaan. Like zuchtte van opluchting. Van Trijnie had Like toch zo’n mooie zomermantel gekregen. Van heel licht tweed. Op zondag liep ze trots met oom Job mee naar de kerk. Helaas liep ze vlak langs een prikkeldraad die haar zak van de jas scheurde. Dus moest ze meteen weer terug .Gelukkig kon een naaister de jas later onzichtbaar weer maken. Like was bij de naaister op de naaischool. Ze zou er een nachtpon voor zichzelf maken, maar het werd maar een scheef gedrocht, dus moest ze daar maar weg. Zelf vond ze het toch al niet zo leuk op naailes.
Juf van der Ploegen merkte, dat Like niet meer zo vrolijk was. Ze probeerde met Like te praten, maar Like durfde niet te zeggen dat ze zo naar huis verlangde en dat alles weer gewoon zou worden. Ze vond juist, dat ze het best fijn had met haar vriendinnetjes en met de kleintjes en alle clubs. Ze wilde niet ondankbaar zijn. Ze was op een middag alleen, Gientje sliep nog en ze zat te snotteren boven een boek, waar ze nog geen letter van had gelezen. Hynke kwam net onverwacht achterom lopen en vond haar in tranen. “Wat is er toch” vroeg ze. Like snikte het uit. “Ik wil naar mijn eigen moeder, het duurt zo 1ang, mag ze nooit meer uit het kamp?” “Je moet de moed niet verliezen, maar flink zijn” vond Hynke. Het wordt er echt niet beter op, als je verdrietig bent, je doet het goed, hoor. Je bent zo lief voor kinderen, ik vond jou altijd zo dapper. Ze drukte Like even tegen zich aan. “Kom dan maar, het is soms wel wat moeilijk, hè.” Like snikte nog wat na, wat zou ze zo een poos bij Hynke willen blijven. Maar ze snoot haar neus en probeerde weer een beetje te lachen. Hynke gaf haar een knuffel en ging toen weg. Meer zeggen was niet nodig, Like zou zich er wel doorslaan! Wat was het ook moeilijk voor de kinderen, om te aanvaarden, dat hun ouders vast zaten.
In de kerk maakte ze een avondmaalsdienst mee. Ze bleef in de bank achter, toen oom Job naar voren liep. Thuis vroeg ze, waarom alleen grote mensen naar het avondmaal mochten. Tante zei, dat het heilig avondmaal niet zomaar iets was, waar iedereen maar aan kon deelnemen. Je moest eerst gedoopt zijn als kind, en dan later belijdenis doen. Je moest je zonden belijden en onenigheid onder elkaar goed maken. En na het avondmaal in de Bijbel kwam immers het kruis? Neem uw kruis op, en volg Mij, zegt Jezus immers. Like dacht daar lang over na. ‘s avonds in bed probeerde ze te bidden, dat ze Jezus graag wilde volgen, maar niet dat ze alstublieft aan het kruis gespijkerd hoefde worden, want daar was ze zo bang voor. Dat kruis leek haar te zwaar. Ze vermoedde niet, dat veel van haar leeftijdgenootjes van Joodse afkomst, zo wreed in gaskamers waren omgebracht. Niemand in haar omgeving wist dat. Het was nog niet tot het nieuws door gedrongen. Later zou ze dat pas horen.
Like had geregeld brieven naar haar moeder geschreven, maar ze kreeg maar een enkele keer een brief terug. Moe mocht maar een keer in de zes weken een brief schrijven en dan deed ze dat naar Pa, en soms naar de jongens. Like moest maar eens naar Pa schrijven. Moe schreef het adres, ergens op de Veluwe. Like had haar vader geschreven, dat ze zo erg naar hem verlangde, en dat ze net als vroeger wel bij hem op schoot zou willen kruipen. Dat schreef ze maar om hem wat te troosten door iets liefs te schrijven. Ze miste hem zo en ze had niet in de gaten, dat ze iets prijs gaf van haar heimwee naar de tijd, toen ze inderdaad nog klein was en ze allemaal nog bij elkaar waren en er geen oorlog was geweest. "Je kunt een kind wel uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind? (Sept. 1998)
Die kreet lag Like in haar innerlijk. Jaren later zou een ander die voor haar verwoorden, al sloeg dat toen op andere kinderen. Like wist best, dat ze nu te oud was, om bij Pa op schoot te klimmen, maar als ze in het gezin van oom Job zag, hoe de kinderen werden gekoesterd, kon ze zich niet heugen dat ze ooit zo aangehaald was. Wel was ze verwend door haar broers toen ze nog het kleine zusje was. Daarom hing ze ook zo aan Hynke, omdat die haar in het kinderkamp wel eens aanhaalde, net als Juf Noorda, waar ze niets meer van had gehoord.
Nicht Trijnie ging verloven met een man, die in de oorlog bij hen ondergedoken had gezeten. Trijnie had met hem samengewerkt in het verzet en illegale blaadjes rondgebracht. Bij oom Job en tante Trudie kwamen de ouders van de jongen logeren, om kennis te maken en de verloving mee te vieren. Like vond dat Trijnie pas laat ging verloven, maar dat kwam door de oorlog. Hoewel, hoe oud was haar eigen zuster? Ook a120 jaar! Maar Trijnie was al dertig. De verloofde volgde Like met de ogen, als die koffie rondbracht en koekjes presenteerde, hij probeerde Like op zijn schoot te trekken. Brr, Like rilde ervan, wat een engerd. De familie lachte erom. Tante Trudie keek strak Like vond die mevrouw erg brutaal, want toen Like het ontbijt wilde afwassen en de deurtjes van de keukenkastjes had openstaan om de schone vaat meteen op hun plaats te zetten, kwam ze de keuken binnen, sloeg alle deurtjes dicht, en zei. dat ze een hekel had aan slordig werken. Nou ja, zeg, waar bemoeide ze zich mee! Like had meteen een hekel aan haar. Tante Trudie moest erg om haar verontwaardiging lachen. Pas jaren later hoorde Like, dat de verloving was verbroken, omdat de verloofde vooruit wilde grijpen voor het trouwen naar intimiteiten en dat Trijnie niet op het huwelijk vooruit wilde lopen. Ze wilde eerst trouwen. Ze werd maar een stijve trut gevonden. Maar dat was jaren later pas. Tante Trudie was de laatste tijd niet meer zo over Like te spreken. Sommige dingen zaten haar niet lekker. Het was moeilijker om zo’n bakvis op te voeden, dan ze gedacht had. Ze stuurde Like maar eens uit logeren. Lineke mocht mee. Ze mochten bij een zuster van tante Trudie logeren, die pas getrouwd was. Zo liepen Lineke en Like met een tas, waar hun toiletspullen en pyjama inzaten, naar het station. Ze gingen naar Groningen. Toen ze de trein uitstapten, stond tantes zuster hen al op te wachten. Like kende haar wel van haar bezoekjes thuis. Gina heette ze en haar man Jan. Gina haakte bij de beide meisjes in een arm. Ze gingen met een bus door de stad naar haar woning .Ze kregen koffie in de tijd dat ze op Jan wachten, die van kantoor kwam. Lineke praatte franken vrij en noemde Gina vlot bij haar naam, zei hoi tegen Jan, die toen in de veronderstelling was, dat zij die Like was. Like zelf was veel stiller.
Nog altijd snel verlegen in een vreemde omgeving. Ze noemde netjes haar naam, en zei steeds u tegen hen beiden. Het was immers een zusje van tante Trudie. ‘s Avonds deden ze gezellig een spelletje ganzenbord, dat Lineke won. Like kon het wel hebben van haar, want al was ze nu wel erg bijdehand, het was toch een hartelijke vriendin voor haar. Ze was nu eenmaal druk en vrolijk. Ze hielp Like hierdoor uit haar melancholieke buien. Ze had wel een geprobeerd om met haar te praten over thuis, maar het was de meisjes kennelijk gezegd, nergens met Like over te praten, wel de beste methode om geen ruzie te krijgen. Nooit is haar iets voor de voeten gegooid en ze waren allemaal heel erg aardig voor haar.
Die avond in de logeerkamer lagen ze nog lang met elkaar te praten en te giechelen tot Jan waarschuwde dat het al elf uur was en dat zij ook wel wilden slapen, dus... “Koppen dicht,” vulde Lineke in. Ze sliepen al gauw daarna in. De volgende dag ging ze met de twee blagen, zoals Gina hen noemde, de stad in. Ze bekeken de Martinikerk en beklommen, hijgend de Martini toren. Het was een leuk gezicht over al die daken uit te kijken tot naar de groene weiden in de verte. Ze gingen gezellig limonade drinken in een lunchroom met een tompouce erbij. "Pas op het vorkje:' waarschuwde Like. Ze vertelde van het zilveren vorkje, dat te dun bleek voor Lineke haar handen. Like voelde zich helemaal opgefleurd als een schoolmeisje. Lineke at bij voorbaat maar met haar handen, ze zijn zo moeilijk te eten, vond ze en likte ongegeneerd haar vingers er bij af. “Lineke, gedraag je,” waarschuwde Gina haar. Like schaamde zich voor haar. Stel je voor, dat deed je toch niet, als je op visite was. Als tante Trudie dat hoorde, kreeg zij vast weer een standje. Die avond gingen ze een flink eind wandelen even buiten het dorp, door de weilanden. Jan vertelde over de sterren. Lineke genoot. Ze vond het interessant om daar over te horen, maar Gina trok haar arm door die van Jan: “Genoeg geleerd” vond ze. Like vond het jammer, want op die manier leerde ze meer dan op school, dacht ze. Net als op de boerderijen, waar ze met Moe gelogeerd had en met Pa, voordat ze bij haar weggehaald werden. Like kreeg een brok in haar keel. He, vervelend, dat ze daar nu weer aan moest denken. Gina merkte, dat Like stil werd en gaf haar een kneepje in haar arm en glimlachte naar haar. Like lachte dapper terug. Lineke trok haar mee achter de twee aan. “Ze gaan vrijen. Kus-kus" riep ze. Like vond dat gek, maar, ja, het was Lineke. Die avond sliepen ze als een roos. Dat was ook de bedoeling van Jan. Zondagmorgen gingen ze met hun vieren naar de kerk dicht bij Gina en Jan in de buurt. Na het middageten gingen ze weer een stuk wandelen. Nu waren er veel bloemen te zien in het gras en langs de sloten. En ‘s avonds gingen ze Monopolie spelen. Lineke kaapte de huizen en hotels voor Jan zijn neus weg. Like kende het spel niet en was al gauw uitgeschakeld. Ze keek geïnteresseerd naar het duel tussen Jan en Lineke. Gina was ook af en schonk nog een glas limonade voor hen in. Om half 10 gingen Like en Lineke hun tassen vast inpakken op hun pyjama’s en tandenborstels na. De volgende morgen zouden ze op tijd weer op de trein stappen. Lineke liep de gang in en riep Like zachtjes. Ze lag languit op de vloer voor de deur van de huiskamer om een hoekje van de deur te loeren. “Ze vrijen” siste ze. Like probeerde haar echter omhoog te hijsen: “ben je nou helemaal" kermde ze. Maar Jan had al gerucht gehoord en trok de deur pardoes open. Hij keek verbaasd naar Lineke, die maar gauw mompelde dat ze gestruikeld was. Ze sloegen een figuur als modder. Gelukkig lachte Jan om de beteuterde gezichten. Ze verdwenen maar gauw in de logeerkamer. Daar proesten ze van het lachen. Die gekke Lineke, die struikelde voor hun slaapkamerdeur, waar ze niks te maken had, en ze stonden er allebei voor gek. Maar Like moest toch wel even kwijt, dat Gina het wel door zou vertellen aan tante Trudie Als zij dan maar niet op haar kop kreeg.
Ze gingen de volgende morgen met Gina naar het station, die hen vrolijk nazwaaide. Tante Trudie vertelde later, dat Gina Like wel een rustig meisje vond, maar dat Lineke erg vrij in de omgang was. Tante Trudie vond het leuk, dat Like zich goed had gedragen. Ze had haar zuster toch maar met twee bakvissen opgescheept.