Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

8 oktober 2008

Gelegen in de foute wieg

Wél bij goede ouders opgegroeid!

April 1945, Leeuwarden: We waren toen met 3 kinderen: Rietje 5 jaar, Anneke (ik) 2 jaar en Jelle ½ jaar.
M’n vader en moeder werden opgepakt : BS met het geweer in de aanslag en m’n ouders de handen in de nek. Spugende en jouwende mensen langs de kant op weg naar het politiebureau. Hammie werd niet opgepakt en wij werden ook achtergelaten: Rietje en ik schreeuwend van angst en Jelle nog in de wieg….

  • Deze foto vam mijn moeder en haar kinderen hing boven het bed van mijn vader in kamp Westerbork

    Deze foto vam mijn moeder en haar kinderen hing boven het bed van mijn vader in kamp Westerbork

M’n vader was adjunct-directeur voor de Winterhulp in Friesland en was NSB-lid alsmede papieren lid van de SS, m’n moeder was nergens lid van. M’n vader heeft 2 jaar vastgezeten en m’n moeder werd diezelfde nacht nog weer vrijgelaten. We woonden in een huurhuis, moesten daar uit, onze huisraad werd in beslag genomen en we werden ‘geëvacueerd’ van het ene adres naar het andere. Na 2 maanden hebben de ouders van m’n moeder ons opgehaald en wij woonden bij opa en oma in huis tot m’n vader weer vrij gelaten werd. Zo kwamen we van Leeuwarden in Ter-Apel terecht.

Mijn vader heeft z’n gevangenschap in de volgende kampen/oorden ‘gewoond’: Leeuwarden vliegveld, ook in een school in Leeuwarden, Harlingen, Sondel, Sellingerbeetse en Westerbork.

In Westerbork heeft hij weer als onderwijzer (Jelle Brouwers) mogen werken bij de jeugd -in een ander (naburig?) kamp-, hij had een passagepasje om van het ene in het andere kamp te kunnen komen. Vraag: wie kent hem? Neem dan s.v.p. contact op.

Wat ik me nog herinner van heel heel vroeger zijn flitsen, als volgt:

  • Als 2 jarige ging ik al naar de kleuterschool: en wel op de Katholieke kleuterschool, samen met m’n oudste zus en later met m’n broertje die weer een jaar jonger is dan ik (zie foto’s).
  • Gespijbeld met m’n broertje en de hele ochtend op een turfschip gelopen en geslopen omdat het zo spannend was hoe zo’n kajuit er uit zag en hoe alles rook. Tussen de middag thuisgekomen hebben we op onze kop gehad van 2 mannen in leren jassen die ons zeiden dat we dit nooit wéér mochten doen.
  • Op de kleuterschool moest ik vaak in de bezemkast omdat ik ‘stout’ was.
  • Op de kleuterschool plaste ik nogal eens in m’n broek en de zusters gaven mij dan een droge broek en de natte in een krant mee naar huis.
  • We hadden een Frans meisje in de klas, waarmee ik na schooltijd speelde bij de pastoor achter het huis, waar ze logeerde.
  • Kwam juf Salomons van openbare lagere school tegen en zei dat m’n zusje het volgend jaar bij haar in de klas zou komen
  • De schoolfotograaf zette Jelle en mij in een vliegtuigje op de foto.

Anneke en Jelle.jpgAnneke en Jelle.jpg

Ook herinner ik me heel vaag dat ik een keer bij m’n vader op bezoek ging, ik zocht hem buiten de barakken, vond hem niet maar later zat ik wel tegenover hem. Maar waar dat was??? En met wie ik was????? Van m’n moeder weet ik nu dat we elkaar niet eens mochten aanraken!

Dan herinner ik me ook nog dat papa weer thuis zou komen. Ik heb toen nog tegen de badjuffrouw (Tini) in het zwembad gezegd: “morgen komt papa weer thuis!”
En papa kwam weer thuis (15 april 1947) en we aten gebak!!!! “
‘t Was in de keuken bij opa en oma. en hij blééf bij ons…

Ons gezin is bij elkaar gebleven en in 1949 kwam er zelfs een zusje bij. Ik zat in de eerste klas en vertelde in de klas heel trots dat ik een nieuw zusje had gekregen! Geweldig!

  • De sfeer in ons gezin van die tijd was warm, m’n vader en moeder zorgden voor ons, speelden met ons, papa las voor en mama zorgde. Een warme tijd!
  • De veroordeling van het Tribunaal (eerst 3 later 2 jaar) hield o.a. in dat m’n vader niet terug mocht in het onderwijs, dus was de beginperiode financieel heel moeilijk. Maar hij heeft echt van alles aangepakt om brood op de plank te krijgen.
  • Eerst heeft hij bij opa en oma in de zaak bediend, waarna hij diverse vertegenwoordigers ’banen’ heeft gehad. Ook had hij op een gegeven moment een auto van de zaak, een mooie Citroën! Later was die weer weg.
  • We woonden eerst in bij opa en oma, maar na enige tijd verbouwde opa een ruimte achterin hun ruime zakenpand om voor ons een eigen plek te maken: we hadden toen een woonkamer, keuken, kelder, en één slaapkamer. Van hen kregen we voor de keuken een eettafel met 2 stoelen en een bankje, twee 2-persoonsbedden en volgens mijn moeder hebben we fl. 450,- startgeld gekregen van de overheid. Daarvan heeft ze huishoudelijke spullen aangeschaft. Vergeet niet, we waren alles kwijt.
  • Maar, we kregen met Sinterklaas toch wél eens wat in onze schoen.
  • Een keer zou ik –niet uitgenodigd door de jarige zelf maar door z’n tante-, naar een verjaardagsfeestje waarvoor ik toen een handvol biscuitjes in een papiertje gepakt heb om dat als cadeautje te geven. Maar de jarige zelf heeft me weer weggestuurd. Het gaat hier dan vooral om het cadeautje: een paar biscuitjes….
  • We waren thuis met 4 jonge kinderen en we hadden het onderling goed, geen bijzondere kenmerken. Wel dat ik vaak ruzie met m’n vader had en ik strafstreepjes kreeg: als ik er 5 had, zou politie Raukema me komen halen om me naar tuchtschool te brengen…. Steeds ging het net goed en heeft de politie me nooit opgehaald… Zo werd ik in ‘lief’ gehouden….
  • Het verleden was bij ons thuis niet geheim, ons is gewoon verteld dat papa bij de NSB was geweest en daarom geen meester meer mocht zijn, maar verder…..
  • Ook is ons verteld dat de krante-verhalen over de oorlog vaak een andere kant hadden, die niet verteld werd…. B.v. In Nederland veel heel veel slachtoffers, maar de bombardementen in Duitsland werden verzwegen. En de Amerikanen zouden al veel langer geweten hebben van de concentratiekampen van de NAZI’s
  • Mijn ouders hadden minachting voor Wilhelmina en Bernhard en staken dat niet onder stoelen of banken. Moedig? Hoezo….
  • Eindelijk zouden we in 1950 weer een echte eigen woning krijgen van de gemeente, maar dat is met behoorlijke tegenwerking gegaan. De eerste keer was het ons toegezegd en daarna weer afgezegd: er was een marechaussee voor die woning en die ging vóór. Daarna kregen we een duplexwoning toegewezen, waarvan we zowel de beneden als de bovenverdieping konden huren: waarvoor ook 2x duplex-huur betaald moest worden! En, driemaal was ook toen scheepsrecht: dáárna kregen we een echte woning toegewezen (en dat alles binnen een jaar…) die ons echter op het laatste moment alsnog aan onze neus voorbij zou gaan. Maar m’n moeder heeft haar strijd gewonnen en we zijn er in gekomen.

Op de lagere school heb ik in de lagere klassen zeker geen last gehad van uitsluiting of uitgejouwd te worden, wél in de 5e en 6e klas: we hadden een hoofdonderwijzer die lichtbeelden vertoonde met foto’s ‘die over de oorlog’ gingen. En er was natuurlijk eentje bij met fietsen ‘die door die verraderlijke slechte NSBers waren gestolen voor de Duitsers’. Nou, daar was m’n vader dus ook lid van geweest en ik voelde me toch belazerd!!

  • Pas toen realiseerde ik me dat papa meester was geweest en dat onze situatie heel anders zou zijn geweest als…..

Eigenlijk is er verder op school nooit iets gezegd of uitgejouwd door de kinderen maar voor de ouderavonden kreeg ik in een toneelstuk niet meer dan 3 woorden te zeggen… en voelde ik me behoorlijk genegeerd.

Ook speelde ik op school met ‘vriendinnetjes’ waar ik na schooltijd mee naar huis ging, maar niet mee naar binnen mocht . ‘k Wachtte dan tot ze weer naar buiten kwamen en we speelden verder. Ik dacht gewoon dat ik niet lief genoeg was…. En daarom buiten moest blijven wachten.

  • Zo rond 1951 kwam opa m’n ouders vragen of ze hun café wilden overnemen en dat is gebeurd. M’n moeder stemde met tegenzin in maar m’n vader vond het een mooie kans op een nieuw zelfstandig leven. Ons gezinsleven is toen verzakelijkt. Er moest veel en lang gewerkt worden om de zaak op te bouwen, de vorige exploitant had het nl. verwaarloosd. De eerste tijd had m’n vader nog zijn vertegenwoordigersbaan, zodat er een vast inkomen was, en deed m’n moeder het café.

De zaak begon gelukkig zo goed te lopen, dat m’n vader thuis kon blijven en ze de zaak samen dreven. Echter, wij als kinderen werden toevertouwd aan de huishoudelijke hulp. ’t Was werken, werken en nog eens werken. Geen gezinsleven meer.

  • Na 1 jaar ULO kwam ik op de HBS, waar in de geschiedenisles de 2e WO aan de orde kwam en natuurlijk de Jodenvervolging met de schuldige NSBers ter sprake kwamen.

In de lunchpauze ik naar huis en mijn vader gevraagd of hij joden had verraden of dat hij ooit iemand had doodgeschoten en zijn antwoord was:
“Welnee kind, en ik ben zo blij dat Hitler niet gewonnen heeft. Want, je moet je toch niet voorstellen dat er een hele industrie is die mensen vernietigt!!!!”
Nou, is dat een mooi antwoord of niet?!

  • Op de HBS heb ik er niets van gebakken, eerste klas 2x en de 2e klas wéér blijven zitten. M’n eerste liefde werd gewaarschuwd….”weet wel dat haar vader bij de NSB was” Hij: “nou, ‘k ga ook niet met hem maar met zijn dochter!” ‘k Was 16 en moest van school, ben een half jaar nog thuis geweest en daarna ‘het werkende leven ingegaan’ zoals dat heet: winkelbediende, jeugdherbergassistente, leerling-verpleegster (trouwens ook niet afgemaakt), typiste, boekhoudster, demonstratrice, en ga maar door….
  • Tja en ik heb heel m’n verdere leven het gevoel gehad, dat ik het toch niet kon, ik heb me lang niet kunnen concentreren en ik heb lang gedacht dat ik niet ‘leuk’ genoeg was en niet genoeg opleiding had….. ‘k Ben heel erg achterdochtig tot wantrouwig geweest (gaat nu al beter)
  • Toen ik achttien was kreeg ik verkering met de vader van m’n 2 dochters, en ‘k ben er ook mee getrouwd geweest. Hem heb ik al na zo’n 2 maanden verkering verteld dat m’n vader lid was geweest van de NSB. Ik mocht dat vooral nooit aan z’n ouders vertellen en hij vroeg me ook meteen waarom hij dat gedaan had. Ik uitleggen dat….. en dat zou ik nu niet meer doen.
  • In 1964 trouwden we en kregen 2 kinderen ( 1967 en 1969), we kregen een geweldige vriendenkring. We verhuisden, verloren die vrienden en ons huwelijk ging ook naar de knoppen. Uiteindelijk zijn we 1982 gescheiden en prompt kwam ik m’n huidige liefde tegen, waarmee ik getrouwd ben. Wij hebben samen geen kinderen. Hem heb ik veel verteld, ook over mijn jongste jeugd en hij heeft me gestimuleerd er ‘wat aan te doen’.

Maar ik durfde nog steeds niet naar ‘HULP’ toe. We hebben samen zoveel mogelijk gepraat en gepraat en ik heb natuurlijk de ene na de andere emmer volgejankt.

Ondertussen heb ik zo het één en ander gehoord en gelezen aan diverse oorlogsberichten, in kranten, via de radio en TV:

Zoals:

  • Een radiobericht waarin melding wordt gemaakt van Japanse medische experimenten die afgekocht zijn door de Amerikanen met beloftes dat ze niet vervolgd zullen worden als ze de gegevens van deze experimenten zullen geven. Schokkend!!
  • Ik ben als huishoudelijke hulp bij diverse Joodse gezinnen aan het werk en hoor van hen hun afschuwelijke belevenissen en erfenissen. Natuurlijk hou ik m’n mond.

Ook maak ik schoon bij een mevrouw waarvan de echtgenoot (verzet) al in februari 1941 is doodgeschoten door de Duitsers.
Van geen van hen heb ik ook maar één keer gehoord dat de NSB de kwaaie hond was. Wél dat één mevrouw vertelde dat zij na de oorlog bij een haringkraam in de Diamantbuurt (A’dam) te horen kreeg van een omstander: “ Ze hebben zeker vergeten jou te vergassen?”

Dan krijg ik in 1988 na een aantal uitzendbanen op 45 jarige leeftijd een vaste baan bij ABN Bank N.V. Jaarlijks heb ik daar een functioneringsgesprek en ik ben ondertussen 50 jaar als ik tijdens zo'n functioneringsgesprek breek en 'beken' dat ik een kind van ... ben. Ja, ja. En die baas vertelt me notabene dat Herkenning bestaat en dat ik het adres vast via het RIAGG kan krijgen. (zijn vrouw had in het onderwijs een collega die ... etc.)

In die tijd heb ik ook het toneelstuk gezien van Haye van der Heyden: Goed/Fout. Die belevenis zal ik niet gauw vergeten: te voelen dat er allemaal lotgenoten om me heen waren, een zaal vól en te zien en te horen, dat het verleden en het heden met zoveel vooroordelen beladen is. Terwijl in de hoofdrollen de liefde bloeit en niets geeft om heden verleden en schuld en boete… E het werd gespeeld door bekende acteurs, o.a. Nelly Freyda. Ik knikte, huiverde, verzuchtte en de tranen rolden over m’n wangen. Tjonge!

Dáárna durfde ik pas naar Herkenning te bellen.

  • Via de Hulptelefoon van Herkenning kwam ik zo bij Rianne terecht en zij was net als ik ook sanyassin van Bhagwan geweest. Een dubbele herkenning! Natuurlijk ben ik toen ook donateur van Herkenning geworden. Bij Rianne heb ik aan diverse gespreksgroepen meegedaan en deze ook mee--georganiseerd.
  • Ook heb ik me toen aangemeld om beschikbaar te zijn voor de publiciteit, hetgeen ook weer e.e.a. heeft opgeleverd. Interviews gegeven en gesprekspartner geweest: TV 4x, krant 1x, tijdschrift 1x. Deze publiciteits-optredens hebben me erg geholpen in m’n tranendal, ik heb veel afstand kunnen nemen door te vertellen en nog eens te vertellen. Vooral de directe TV-uitzendingen, waarin niet geknipt kon worden, waren voor mij een buitenkans om m’n verhaal kwijt te kunnen.

Een aantal jaren heb ik meegewerkt in de redactie van het Bulletin en heb ik een aantal jaren het secretariaat van Herkenning ingevuld.

  • Mijn moeder heeft trouwens haar eigen verhaal ook eens aan de Volkskrant verteld en heeft zelfs voor de TV-rubriek Andere Tijden (uitzending van 30 oktober 2000) haar medewerking verleend. . Ze heeft haar herinneringen aan de naoorlogse tijd verteld en zijn we (crew, mama en ik) op locatie geweest in Sondel en Leeuwarden; ter illustratie van het verhaal. Ook een bijzondere ervaring!
  • Ook ben ik ben in het Haags Archief geweest onder het registrerend oog van AT5.

Wat een opluchting toen bleek dat m´n vader écht geen verrader of moordenaar is geweest en dat er zelfs door niet-NSBers positief voor hem getuigd is! Dit alles vond ik in z’n dossier…

  • Kortgeleden heb ik de correspondentie van m’n ouders uit de periode dat m’n vader in Westerbork verbleef, daar afgeleverd en geschonken. Voor hen was er trouwens nog onbekende info over onderwijs aan de kampjeugd en kamp-postpakketregels.
  • En tot m’n grote verrassing is m’n oudste dochter Marieke met me mee geweest op deze tocht. Ze wilde er nl. tot nog toe maar weinig tot niets van weten dat dit verleden bestond…. En deze dag heeft ons een intensere band gegeven.

Algemeen over deze laatste periode:

  • Ik heb heel veel met m’n moeder kunnen praten over ons verleden. Dat heeft me heel veel informatie en steun gegeven. Ook is in deze tijd de band met m’n moeder weer veel en veel hechter geworden.
  • M’n vader overleed al in 1978, hem heb ik nauwelijks hierover gehoord. Ook vroeg ik toen nog heel weinig over ons verleden.
  • M’n moeder overleed in 2007, ze leed aan het verleden. Zo erg, dat het ondragelijk voor haar werd.
  • M’n oudste zus Riet-1940-, is erg gesloten en zwijgzaam over haar herinneringen.
  • M’n broer Jelle -1944-, woont in Duitsland en wil nergens van weten. “het is allemaal verleden en voorbij” Ik heb geen kontakt meer met hem.
  • M’n jongste zus Janney -1949-, heeft tot in Amerika nog ons verleden te merken gekregen en is hierom dáár uit haar au-pair-baan weggestuurd! Zij heeft er zeker ook nog littekens aan *vergehouden, maar heeft zich nu hiervoor afgesloten. Zij is trouwens getrouwd met een Duitser, die zoon is van een SS-soldaat……. En hun dochter (ze is van 1981) heeft op de lagere school een hakenkruis ingekrast in d’r schoolbank gehad…. M’n zus heeft dit toen bij de mentor gemeld enz.
  • M’n oudste dochter staat sinds kort open voor m’n jeugd-verleden, m’n jongste dochter minder….
  • M’n man is mijn geweldige steun in de ontdekking van en omgaan met m’n verleden
  • M’n schoonouders zijn welwillend en vooral verbaasd over al het gebeurde.

Zie mijn interview in De Telegraaf: 'Mijn vader was NSB'er. Voor kinderen van 'foute' ouders blijft de oorlog voortduren'.