10 november 2008
1
Verhaal van Petra
Na de schoolvakantie van 1943 werd ik door mijn duitse moeder naar een kostschool in Heythuysen gebracht. Zij was daar geweldig trots op, want die kinderen zouden de dragers van het derde rijk worden. Ik was 9 jaar, werd daar zonder ouders 10 jaar en in het voorjaar van 1944 van school getrapt, omdat mijn moeder me bezocht buiten de toegestane dagen. Via het vriendje (Standortobmann) kwam ik in Achern (Dl) terecht waar ik het heel moeilijk had. Als "volksdeutsche" telde je niet mee. Ik had geen contact meer met mijn moeder en met mijn vader al helemaal niet. In de zomervakantie verbleef ik bij mijn tante. Zij naaide allemaal nieuwe kleren voor me van oud goed. Na de vakantie ging ik dan weer, niet, zoals afgesproken met de kinderen van een andere familie, wiens ouders het te gevaarlijk vonden worden(!) maar alleen. Bij de grenscontrole heb ik mijn trein moeten laten gaan. Kwam terecht in een beschieting en uiteindelijk heeft een trein-schoonmaakster er voor gezorgd, dat ik dan toch nog in Achern terecht kwam. Dat was dan ca. september 1944. Intussen was mijn moeder gevlucht naar Bad Oenhausen, waar zij mij tijdens de kerstvakantie verwachtte. Ook op die reis heb ik een zwaar bombardement ervaren in Kassel, waardoor ik te laat in Bad Oenh. aankwam tot grote ergernis van mijn moeder. 's Avonds werd ik uit bed gehaald omdat ik moest luisteren naar het gebral van ene hr. H. Bij terugkomst in Achern werd dit internaat geevacuëerd naar Reichenau en daar werden wij vrijgelaten. Een ander ned. meisje nam me onder haar hoede en wij gingen naar Telfs (Oostenrijk). Het is me nog steeds een raadsel hoe we daar gekomen zijn. Daar beleefde ik de bevrijding. Met een transport van tewerkgestelde mannen zijn wij dan tenslotte (een verhaal op zich) in Amsterdam aangekomen. Met een simpel "dag" namen we afscheid van elkaar.
Omdat mijn tante F. altijd al de steun en toeverlaat van haar jongste zuster (mijn moeder) was, heb ook ik steeds weer dit adres bij het Rode Kruis aangegeven en tenslotte ben ik daar ook terecht gekomen. Mijn tante F. en haar man, oom P. hebben ervoor gezorgd dat ik vijf jaar lang een goede scholing kreeg. Pas in 1947 of 1948 kwam de vraag van mijn moeder of tante F. wist, waar haar dochter was. Daarna wilde zij dat haar dochter naar D'land zou komen, maar mijn tante wilde dat ik eerst de school afmaakte, waarvoor ik haar nog steeds dankbaar ben. Intussen kwam ook mijn vader opdagen, die alleen maar zei: ik ben biologisch je vader.
Na mijn eindexamen in 1950 moest ik dus naar Essen en kwam terecht in een huishouden met een vriend van mijn moeder. Dit bleek later een verstokte nazi te zijn! In die eerste jaren was mijn moeder vaak ziek en in het ziekenhuis. De "Onkel" maakte daar misbruik van door mij te verkrachten! Zelfs dit soort zaken waren mij volledig onbekend. Nooit heeft iemand de moeite genomen om mij voor te lichten. Hoe het zij, in 1953 ben ik op kamers gaan wonen. Onder bedreiging dat men mij met de politie terug zou laten halen. Echter had ik op aanraden van mijn werkgeefster een attest door een arts laten schrijven over de meer dan blauwe plekken...
In 1956 ben ik naar Nederland teruggekomen, heb een moeilijke tijd gehad, ging een relatie aan met een getrouwde man, pleegde twee maal abortus en na een zelfmoordpoging in 1960 werd mij geadviseerd een volledig ander leven te gaan lijden. Ik solliciteerde als huishoudster. Niet te geloven dat een meisje zonder een enkele ervaring zo graag gewild zou zijn. Tenslotte heb ik op advies van een soort "moeder"-vriendin gekozen voor een joodse man met twee zoontjes, die in de steek was gelaten door zijn vrouw. De jaren daarvoor was mij eindelijk duidelijk geworden wat het nazisme o.a. de joden had aangedaan en ik meende, dat ik nu iets kon goed maken van alle ellende, die door toedoen van mijn moeder en haar vriend aan deze mensen is aangedaan. In 1961 zijn wij getrouwd (met toestemming van mijn ouders!). Eind 1961 werd onze zoon geboren. Mijn moeder kwam niet! Haar enige kleinzoon zag ze pas jaren later. Pas toen begreep ik dat dit het werk van haar vriend was! Wij waren bijna 44 jaren getrouwd. Gelukkig? Ik weet het niet. Ik heb een hiaat in het geven van warmte.
In 1995 vond ik dan eindelijk het meisje van toen en vrouw van nu, die ons naar Telfs heeft gebracht. Jammergenoeg hebben wij het contact niet behouden. Het wilde niet klikken. In die tijd vroeg ik ook een ondersteuning als Burgeroorlogslachtoffer aan en ik ben blij dat ik dat heb gekregen. Het maakt het leven wat gemakkelijker
In 2003 werd ik geïntervieuwd door Bas Kromhout voor het boekje: Fout geboren, waar ik onder de naam van Petra een gedeelte van mijn verhaal deed.
Tot 2004, toen stierf mijn moeder, heb ik ook mijn man gedwongen om steeds weer mee op bezoek te gaan bij mijn moeder, hoewel hij door haar en mijn verleden er een grondige hekel aan had. Maar mijn plichtsgevoel heeft het altijd gewonnen. Dat plichtsgevoel heb ik altijd gehaat!






Contact,
Geachte mevrouw Petra,
Graag zou ik met u in contact willen komen om u nog enige vragen te stellen naar aanleiding van uw verhaal op het Open Archief.
Mijn naam is Zonneke Matthee en ik ben auteur van het boek Voor Volk en Vaderland. Vrouwen in de NSB 1931-1938. Op dit moment interview ik dochters van 'foute' ouders in het kader van een onderzoek voor het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging (IIAV) in Amsterdam.
Mijn telefoonnummer is 071-5215873. U kunt ook via de mail contact met me opnemen:zon.matthee@ziggo.nl zodat ik u kan bellen.
Bij voorbaat bedankt voor uw moeite.
met vriendelijke groet,
Zonneke Matthee